Uitspraak
verblijvende in de Mental Health Foundation,
1.Het verloop van de procedure
Tevens was de moeder van betrokkene aanwezig.
2.Het verzoek en de beoordeling daarvan
3.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Betrokkene, gediagnosticeerd met een schizofrene stoornis, werd op 16 juni 2025 gedwongen opgenomen op basis van een bevel tot voorlopige plaatsing van 5 februari 2025. Hoewel betrokkene instemt met medicamenteuze behandeling en vrijwillig verblijf overweegt, is het Hof van oordeel dat het bevel tot voorlopige plaatsing niet onbeperkt geldig is.
De Landsverordening tot regeling van het toezicht op krankzinnigen (Lv GGZ) stelt geen geldigheidsduur aan het bevel, maar het Hof stelt dat een dergelijk bevel binnen vier weken na afgifte moet worden uitgevoerd. Dit volgt uit het vereiste van een actuele medische verklaring en Europese jurisprudentie over gedwongen opnames.
Omdat de feitelijke opname pas vier maanden na het bevel plaatsvond, is het bevel vervallen. Het Hof wijst het verzoek tot verlenging van de voorlopige plaatsing af en beveelt de onmiddellijke beëindiging van de gedwongen opname. Een vrijwillig verblijf blijft mogelijk en wordt als in het belang van betrokkene beschouwd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het rechtsmiddel van cassatie staat open.
Uitkomst: Het Hof beëindigt de gedwongen opname omdat het bevel tot voorlopige plaatsing is vervallen door overschrijding van de geldigheidsduur.