Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
ALGEMENE VOORWAARDEN
FINANCIËLE VOORWAARDEN
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft de uitleg van een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) tussen Aruba Airport Authority N.V. (AAA) en een voormalige werknemer, die aanspraak maakt op een bedrijfsperformance allowance over 2023. De werknemer was in dienst gedurende dat jaar maar niet meer ten tijde van de uitkering in juni 2024. AAA weigerde de uitkering omdat de werknemer niet meer in dienst was.
Het Gerecht in eerste aanleg gaf de werknemer gelijk en veroordeelde AAA tot betaling. Het Hof bevestigt dit oordeel na uitgebreid onderzoek van de CAO-bepalingen en de cao-norm. De tekst van de CAO kan op twee manieren worden uitgelegd: recht op uitkering alleen voor werknemers die in juni in dienst zijn, of recht voor werknemers die in het kalenderjaar in dienst waren.
Het Hof oordeelt dat de tweede uitleg aannemelijker is, mede omdat de bedrijfsperformance allowance een prikkel is voor prestaties gedurende het jaar en niet alleen voor het moment van uitkering. De CAO bevat geen duidelijke uitsluiting voor ex-werknemers. Uitvoeringstechnische bezwaren van AAA wegen niet op tegen de tekst en bedoeling van de CAO.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking van het Gerecht wordt bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling in hoger beroep omdat de werknemer zonder gemachtigde procedeerde en geen kosten maakte.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de ex-werknemer recht heeft op de bedrijfsperformance allowance over het kalenderjaar waarin hij in dienst was.