Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De vordering en de beslissing van het Gerecht
4.De beoordeling in het hoger beroep
de bevoegdheid van de Curaçaose rechter (incidenteel hoger beroep)
.
.
.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De vrouw vordert vernietiging van borgstellingen die haar echtgenoot namens een vennootschap is aangegaan zonder haar toestemming, op grond van de beschermende bepalingen van artikel 1:88 BW Pro. Tevens vordert zij opheffing van beslag op het aandeel van haar echtgenoot in de echtelijke woning en een verbod voor Cat Crédito om verhaal te nemen op goederen binnen de huwelijksgoederengemeenschap of trustvermogen.
Het Hof oordeelt dat de Curaçaose rechter bevoegd is omdat de man en vrouw hun gewone verblijfplaats in Curaçao hebben sinds 2012. De vrouw had in 2015 en 2016 haar gewone verblijfplaats in Curaçao, waardoor de beschermende bepalingen van toepassing zijn. De man was echter geen ondernemer in de zin van artikel 1:88 lid 5 BW Pro, omdat hij geen bestuurder of meerderheidsaandeelhouder was van de gewaarborgde vennootschap VMSC.
Cat Crédito handelde te goeder trouw omdat zij niet hoefde te vermoeden dat de vrouw haar gewone verblijfplaats in Curaçao had. De vordering tot vernietiging van de borgstellingen wordt daarom afgewezen. Ook de vorderingen tot verbod op verhaal en opheffing van beslag zijn niet toewijsbaar wegens onvoldoende onderbouwing. Het Hof bevestigt de eerdere vonnissen en veroordeelt partijen in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de vrouw tot vernietiging van de borgstellingen en opheffing van beslag worden afgewezen; de eerdere vonnissen worden bevestigd.