Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
- [KIND 1]
- [KIND 2]
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Partijen zijn in 2001 gehuwd en hebben twee meerderjarige kinderen. Na hun echtscheiding heeft het Gerecht een partneralimentatie van US$ 785 per maand toegewezen aan de vrouw, die een hoger bedrag had gevorderd. De man stelde dat hij geen inkomen had en daarom geen alimentatie kon betalen.
In hoger beroep betwistten beide partijen het vastgestelde alimentatiebedrag. Het Hof nam het netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens het huwelijk als uitgangspunt voor de behoefte van de vrouw, vastgesteld op US$ 2.015 per maand. De man werd als onbezoldigd bestuurder van een vennootschap beschouwd met een fictief inkomen van US$ 1.800 per maand, en daarnaast een verdiencapaciteit van US$ 3.249.
Ondanks dat de man na de beschikking ontslag nam als bestuurder, werd dit inkomensverlies buiten beschouwing gelaten vanwege zijn onderhoudsplicht. Bezittingen zoals juwelen en luxeauto's werden niet als inkomen meegewogen. Het Hof concludeerde dat de alimentatieverplichting terecht is vastgesteld en wees zowel het principaal als incidenteel hoger beroep af.
Uitkomst: De partneralimentatie van US$ 785 per maand wordt bevestigd en het hoger beroep van beide partijen wordt afgewezen.