Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.Het verloop van de procedure in voeging/tussenkomst
3.De feiten
4.De procedure bij het Gerecht
5.De beoordeling
4 november 2025voor pleidooi;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van KNOB tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarin SOCAP betaling van USD 18.779.000 vorderde op grond van een cessie van vorderingen uit een opslagovereenkomst met CPR. CPR verzocht in hoger beroep om zich te voegen aan de zijde van SOCAP of te mogen tussenkomen, omdat zij stelt belang te hebben bij de uitkomst van de procedure.
Het Hof oordeelt dat CPR geen belang heeft bij tussenkomst omdat zij geen recht verliest maar juist een vorderingsrecht verkrijgt indien de cessie rechtsgeldig wordt vernietigd. Ook acht het Hof het verzoek tot tussenkomst in hoger beroep strijdig met de goede procesorde, omdat CPR dit in eerste aanleg had kunnen verzoeken. Het verzoek tot voeging faalt omdat CPR geen nadelige gevolgen kan aantonen bij handhaving van de cessie en geen eigen belang bij voeging heeft.
Het Hof wijst daarom de verzoeken tot voeging en tussenkomst af en veroordeelt CPR in de proceskosten van dit incident. De hoofdzaak tussen SOCAP en KNOB wordt verwezen naar de rolzitting voor pleidooi op 4 november 2025 en verder aangehouden.
Uitkomst: Het Hof wijst het verzoek van CPR tot voeging en tussenkomst af en veroordeelt haar in de proceskosten.