ECLI:NL:OGHACMB:2025:269
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- E.M. van der Bunt
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beschikking kinderalimentatie met beperkte terugwerkende kracht
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten over kinderalimentatie. De vader verzocht om wijziging van de alimentatieplicht met terugwerkende kracht tot eind 2020 of 2021, en om de moeder te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie.
Het Gerecht stelde de alimentatieplicht van de vader met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 op nihil en wees de overige verzoeken af, mede vanwege de negatieve draagkracht van de moeder. Het Hof bevestigt deze beslissing na beoordeling van de feiten, waaronder het wonen van de minderjarige bij de vader sinds december 2021 en het beëindigen van de ondertoezichtstelling in februari 2025.
De vader kon onvoldoende onderbouwen dat hij begin 2021 niet draagkrachtig was. De vaste rechtspraak van de Hoge Raad over terugwerkende kracht en behoedzaamheid werd toegepast. Ook voor de periode dat de minderjarige weer bij de moeder woont, is geen alimentatieplicht aan de moeder opgelegd. Het hoger beroep faalt en de beschikking wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de beschikking die de kinderalimentatieplicht van de vader met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 op nihil stelt en wijst het hoger beroep af.