ECLI:NL:OGHACMB:2025:274
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Bevel tot zekerheidstelling proceskosten voor Nederlander zonder woonplaats in Caribisch Koninkrijk
Appellant, een Nederlander woonachtig in Colombia, is in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van het Gerecht Sint Maarten. Hij verzocht om uitstel van grieven en aanhouding van de zaak in afwachting van een heropeningsvordering, welke niet-ontvankelijk werd verklaard.
SMMC diende een incidenteel verzoek in tot zekerheidstelling van proceskosten op grond van artikel 122 Rv Pro, omdat appellant geen woonplaats of gewone verblijfplaats in het Caribisch Koninkrijk heeft. Appellant betwistte de toepassing van deze bepaling, maar dit verweer werd verworpen.
Het Hof oordeelde dat appellant zekerheid moest stellen tot Cg 5.000 via een bankgarantie bij een gerenommeerde bank in Sint Maarten. Het verzoek van appellant om ook SMMC tot zekerheid te dwingen werd afgewezen. Verder werd het verzoek om advocaten van SMMC uit te sluiten van de procedure niet gehonoreerd.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 21 januari 2026 voor verdere procedure, waarbij bewijs van zekerheidstelling moet worden overgelegd. Het Hof hield verdere beslissingen aan tot het eindvonnis.
Uitkomst: Appellant wordt bevolen zekerheid te stellen voor proceskosten tot Cg 5.000.