In deze civiele zaak vordert de zoon overdracht van een perceel grond van zijn moeder, stellende dat zij zich daartoe verbonden heeft. De rechtbank wees de vordering af, waarna het Hof in hoger beroep oordeelde dat de inschrijving van een verjaringsakte niet tot eigendom heeft geleid, omdat niet kon worden vastgesteld dat de grootmoeder de enige erfgenaam was.
Het Hof stelde vast dat de grootmoeder feitelijk het gebruiksrecht op het perceel uitoefende en dat het haar wens was dat de zoon het gebruiksrecht zou verkrijgen zodra hij meerderjarig werd. Dit werd ondersteund door schriftelijke verklaringen, sms- en WhatsApp-berichten. Hoewel de moeder het perceel jarenlang heeft onderhouden, woog dit niet zwaar genoeg tegen het gebruiksrecht van de zoon.
Het Hof verklaarde voor recht dat de zoon een sterker recht op gebruik van het perceel heeft dan de moeder en verbood de moeder hem daarin te hinderen. Overige vorderingen van de zoon werden afgewezen wegens gebrek aan grondslag. De proceskosten werden gecompenseerd.