ECLI:NL:OGHACMB:2025:303
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod executiemaatregelen dwangsommen wegens niet-verbeurde dwangsommen door het Land Aruba
In deze zaak staat centraal of het Land Aruba dwangsommen heeft verbeurd die waren opgelegd in een eerder kort geding. Het Land had dwangsommen opgelegd gekregen om binnen bepaalde termijnen beslissingen te nemen over bestemmingswijziging en verlenging van een recht van erfpacht, en medewerking te verlenen aan de vestiging van dat recht.
De appellant, een naamloze vennootschap met erfpachtrecht op een perceel in Aruba, had bezwaar tegen de voorwaarden die het Land aan het contract verbond en had het contract niet ondertekend. Het Land stelde dat het geen dwangsommen had verbeurd en vorderde een verbod op executiemaatregelen.
Het Hof oordeelt dat het bevel tot medewerking slechts ziet op het verlenen van medewerking aan een akte die in overeenstemming is met de beslissingen van het Land, inclusief de voorwaarden. Het Land is niet verplicht om beslissingen met een bepaalde inhoud te nemen of te onderhandelen over voorwaarden. Omdat het Land niet heeft geweigerd medewerking te verlenen aan een akte die overeenkomt met het contract, zijn er geen dwangsommen verbeurd.
Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht dat de appellant is verboden executiemaatregelen te treffen om dwangsommen te innen. De appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat het Land Aruba geen dwangsommen heeft verbeurd en verbiedt de appellant executiemaatregelen te treffen om dwangsommen te innen.