ECLI:NL:OGHACMB:2025:319

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
CUR2024H00071
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geldigheid van een volmacht in het kader van boedelverdeling en erfgenamen

In deze zaak gaat het om de geldigheid van een volmacht die door de kinderen van een overleden erflaatster is afgegeven aan de kleindochter. De appellanten, de kinderen, hebben in hoger beroep de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg aangevochten, waarin hun vordering om de volmacht ongeldig te verklaren was afgewezen. Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht en oordeelt dat de volmacht geldig is. De appellanten stelden dat zij dachten dat zij een verkoopovereenkomst ondertekenden, maar het Hof oordeelt dat er geen sprake is van dwaling of bedrog. De volmacht was correct opgesteld en de appellanten waren bevoegd om deze te verlenen. De intrekking van de volmacht door de appellanten na de afstandsverklaring had geen effect, omdat de afstand al een feit was. Het Hof wijst de vorderingen van de appellanten af en bevestigt de proceskostenveroordeling.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2025
Zaaknummers: CUR202300512 – CUR2024H00071
Uitspraak: 18 november 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:

1. [appellant 1],

2. [appellant 2],

3. [appellant 3],

allen wonende in [woonplaats],
in eerste aanleg eisers in conventie, gedaagden in reconventie,
thans appellanten,
gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer,
tegen
[geїntimeerde],
wonende in [woonplaats],
in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. N.F.C. Themen-Cairo.
Partijen worden hierna [appellanten] (en individueel bij hun voornaam: [appellant 3], [appellant 2] en [appellant 1]) en [geїntimeerde] genoemd.

1.De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de vraag naar de geldigheid van een volmacht. Het Gerecht heeft de vordering van [appellanten] om deze volmacht ongeldig te verklaren afgewezen.
Het hoger beroep slaagt niet. Het eindvonnis van het Gerecht wordt bevestigd.

2.Het verloop van de procedure

2.1
Bij op 15 maart (per e-mail) respectievelijk 18 maart (op papier) 2024 ingekomen akte van appel zijn [appellanten] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 5 februari 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
2.2
Bij op 29 april 2024 ingekomen memorie van grieven (met producties 11 tot en met 13) hebben [appellanten] vier grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof, primair, het vonnis van 5 februari 2024 zal vernietigen en hun vorderingen alsnog zal toewijzen en, subsidiair, alle rechtshandelingen die tot uitvoering van de volmacht met afstandsverklaring hebben geleid als vernietigd te beschouwen en, meer subsidiair, op de voet van art. 843a Rv inzage of afschrift te bevelen van de volmacht van 11 september 2015.
2.3
Bij op 27 juni 2024 ingekomen memorie van antwoord (met producties 1 en 2) heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal bevestigen, voor recht zal verklaren dat het gaat om een schenking aan [geïntimeerde], [appellanten] zal bevelen de erfafscheiding te verwijderen en hen zal veroordelen in de proceskosten in beide instanties.
2.4
Op de daarvoor bepaalde dag hebben beide partijen pleitnotities ingediend. Bij die van [appellanten] zijn producties 15 tot en met 17 gevoegd.
2.5
Op 28 oktober 2025 hebben [appellanten] een drietal producties aan het Hof en [geïntimeerde]doen toekomen.
2.6
Op 10 november 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen zij daarbij, met hun advocaten, verschenen.
2.7
Vonnis is bepaald op vandaag.

3.De feiten

3.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
3.2 [
appellanten] zijn (samen met [kind 1] en [kind 2]) de kinderen van wijlen [erflaatster] (hierna: erflaatster), overleden op [overlijdensdatum] 2022.
3.3 [
geïntimeerde] is de kleindochter van erflaatster en woont sinds 2016 in de woning
van erflaatster te [de woning] (hierna: de woning), gebouwd op grond die wordt gehuurd van Domeinen (hierna: het perceel).
3.4
In een onderhandse akte van 11 september 2015, die is getekend door alle kinderen van erflaatster en erflaatster zelf staat dat de kinderen aan
[geïntimeerde] volmacht (hierna: de volmacht) geven om:
voor en namens hen, ondergetekenden, alle stukken en documenten te tekenen
waarbij ten behoeve van de lasthebster voornoemd [Hof: [geïntimeerde]], door ondergetekenden afstand zal worden gedaan van de rechten en aanspraken op een perceel huurgrond gelegen in het tweede district van Curacao, ten name van wijlen [wijlen] (ook bekend als [wijlen]), bekend als [naam], registernummer [registernummer], Domeinkaart [domeinkaart], kavel nummer [kavelnummer], ter grootte van 0,10 ha, met het daarop gebouwde plaatselijk bekend als [de woning] en om verder al datgene te doen ter effectuering van het bovenstaande.
3.5
Op 30 oktober 2015 is een notariële akte (hierna: de akte) verleden waarbij
[geïntimeerde], handelende voor zichzelf in privé en als gevolmachtigde namens [appellanten] (en [kind 1] en [kind 2]), verklaart dat [appellanten] om niet afstand doen van alle rechten en aanspraken op het perceel en het daarop gebouwde woonhuis plaatselijk bekend als [de woning]. Voorts staat in die akte dat deze afstanddoening ten behoeve van [geïntimeerde] geschiedt en dat [geïntimeerde] de rechten omtrent het hiervoor omschreven perceel met opstal aanneemt.
3.6
In de akte is opgenomen dat van het bestaan van een volmacht de notaris
genoegzaam is gebleken en dat deze aan de akte is gehecht.
3.7
Op 2 augustus 2019 heeft erflaatster een testament opgesteld. In dit testament
staat, voor zover hier relevant, onder meer:
" (...) II. Ik benoem tot mijn enige erfgenamen van mijn gehele nalatenschap. Mijn
erfgenamen volgens de Wet, gezamenlijk en voor gelijke delen, met plaatsvervulling
als volgens de Wet, gaande voor de aanwas.(...)"
3.8
Bij brief van 19 juli 2022 heeft de toenmalige gemachtigde van [appellanten]
[geïntimeerde] verzocht om de door haar verschuldigde huurpenningen aan [appellanten]
te betalen en een concept huurovereenkomst aangeboden.
3.9
Bij brief van 4 augustus 2022 heeft de gemachtigde van [geïntimeerde], voor zover hier van belang, het volgende aan [appellanten] medegedeeld:
(...) Cliënte ontkend en betwist de inhoud van uw schrijven, daar zij het perceel
grond als schenking heeft ontvangen van wijlen haar grootmoeder, mevrouw [erflaatster], waarvan de toentertijd erfgenamen afstand hebben gedaan.
Hoezeer ook cliënte niet de rechthebbende zou zijn geweest, quod-non, is uw schrijven onvolledige daar niet alle zogeheten erfgenamen hun toestemming hebben verleend voor vervreemding van voornoemd perceel. Cliënte is op grond van bovenstaande niets verschuldigd daar zij rechthebbende, c.q. eigenares is van de woning te [de woning].
3.1
Bij brief van 16 april 2024 hebben [appellanten] de volmacht van 11 september 2015 ingetrokken. Ook is daarbij hun afstandsverklaring, zoals opgenomen in die volmacht, ingetrokken.

4.Vorderingen

4.1
In dit geding hebben [appellanten] in eerste aanleg in conventie gevorderd
a. de akte van notaris Kleinmoedig verleden op 30 oktober 2015 ongeldig of
nietig te verklaren;
b. [geïntimeerde] te veroordelen om maandelijks NAf 500 aan huur voor de
woning te betalen vanaf 1 februari 2022, vermeerderd met de wettelijke rente;
c. [appellanten] toestemming te verlenen om kosteloos te mogen procederen,
met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.
4.2 [
geïntimeerde] heeft in reconventie gevorderd dat het Gerecht
primair
1. zal bepalen dat het Gerecht onbevoegd is de zaak te behartigen onder
verwijzing naar de Kamer van Toezicht op het notariaat;
2. zal bepalen dat notaris Kleinmoedig belast is tot herstel van de akte alsook de
executie van het testament of
3. dat het Gerecht een notaris zal benoemen voor de executie van het testament
alsook het herstellen van de fouten in de onderhandse akte;
4. zal bepalen dat de fouten in de akte herstelbare fouten zijn, welke aan het
recht van [geïntimeerde] op de woning niet afdoen;
subsidiair
5. zal bepalen dat [geïntimeerde] in dat kader de eigenaar is van de woning in
kwestie en derhalve geen huur verschuldigd is aan [appellanten];
6. zal bepalen dat [appellanten] het hinder veroorzakende afdak onmiddellijk moet
verwijderen van de woning in kwestie;
primair en subsidiair
met veroordeling van [appellanten] in de proceskosten.

5.Beslissingen van het Gerecht

5.1
Het Gerecht heeft alle vorderingen in conventie en reconventie afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.
5.2
Overwogen is door het Gerecht in conventie (rov. 4.3 tot en met 4.5) dat onvoldoende onderbouwd is de stelling van [appellanten] dat de volmacht die aan de akte van 30 oktober 2015 ten grondslag ligt op grond van dwaling tot stand is gekomen. Ook voor bedrog is onvoldoende gesteld. Omdat van dwaling of bedrog geen sprake is kan de volmacht niet worden vernietigd en de daarop gebaseerde akte van 30 oktober 2015 evenmin. Eventuele fouten in de akte tasten de geldigheid daarvan ook niet aan. Ook in zoverre is er geen reden deze nietig te verklaren. Onvoldoende onderbouwd is voorts de stelling van [appellanten] dat sprake is van een huurovereenkomst met [geïntimeerde]. De vordering haar te veroordelen tot betaling van huur wordt daarom afgewezen.
5.3
In reconventie is door het Gerecht overwogen dat er geen reden is de zaak naar de Kamer van Toezicht voor het Notariaat te verwijzen. Omdat [geïntimeerde] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit de aard, ernst en duur van de hinder als gevolg van het afdak kan blijken, wordt de vordering tot verwijdering daarvan afgewezen.

6.De beoordeling door het Hof

Kosteloos procederen
6.1
Blijkens het door ieder van hen overgelegde bewijs van onvermogen zijn [appellant 3], [appellant 2] en [appellant 1] niet in staat de kosten van deze procedure te dragen. Daarom wordt toestemming verleend kosteloos te procederen.
Wijziging van eis
6.2
Met wat in hoger beroep subsidiair en meer subsidiair is gevorderd (zie hiervoor rov. 2.2) hebben [appellanten] hun eis gewijzigd. Tegen die wijziging heeft [geïntimeerde] zich niet verzet. Die wijziging is ook niet in strijd met de regels van een goede procesorde en wordt daarom toegelaten.
6.3
Met wat in hoger beroep door [geïntimeerde] is gevorderd (zie hiervoor rov. 2.3) heeft zij haar eis gewijzigd. Tegen die wijziging hebben [appellanten] zich niet verzet. Die wijziging is ook niet in strijd met de regels van een goede procesorde en wordt daarom toegelaten.
De grieven van [appellanten]
6.4 [
appellanten] hebben vier grieven aangevoerd tegen het vonnis van 5 februari 2024. Die grieven zien op de volgende thema’s:
- dwaling (grief 1)
- bedrog (grief 2)
- afstand van recht (grief 3)
- volmacht (grief 4)
6.5 [
appellanten] stellen als toelichting op hun grieven het volgende.
- [ appellanten] hadden van erflaatster begrepen dat zij de woning aan [geïntimeerde] wilde verkopen. Toen [geïntimeerde] hun het stuk (in deze procedure de ‘volmacht’ genoemd) voorlegde ter tekening hebben zij te goeder trouw en in de veronderstelling dat [geïntimeerde] gemachtigd werd de koop/verkoop te regelen getekend. Enige toelichting op het stuk is door [geïntimeerde] niet gegeven. Als [appellanten] geweten hadden dat zij om niet afstand deden van hun rechten op het perceel en de woning dan zouden zij niet hebben getekend.
- op die volmacht stond, afgezien van de namen, helemaal geen tekst. Het deel boven de namen was dus blanco. In de procedure is echter een volmacht met boven de namen geplaatste tekst overgelegd. Die tekst is kennelijk later aangebracht. Dat is valsheid in geschrift en levert bedrog op. Als dit nog steeds betwist wordt door [geïntimeerde] verlangen [appellanten] dat de originele volmacht in het geding wordt gebracht (art. 843a Rv).
- Ten tijde van de volmachtverlening stond het perceel (bij Domeinen) geregistreerd ten name van [echtgenote van erflaatster], de vader van [appellanten] en de echtgenoot van erflaatster. Hij was in 2015 nog in leven. [appellanten] waren dus nog niet gerechtigd over de huurrechten te beschikken en evenmin om daarvan afstand te doen.
- omdat de volmacht is ingetrokken door [appellanten] op 16 april 2024 kan aan de daarop gebaseerde notariële akte geen waarde meer worden toegekend.
Ondertekening, geldigheid en inhoud volmacht
6.6
De essentie van de stellingname van [appellanten] is dat de volmacht niet geldig is. Daarvan kan sprake zijn als degene die de volmacht afgeeft daartoe niet bevoegd en in staat is, de volmacht niet in de vereiste vorm is opgemaakt, de volmacht is herroepen of misbruik wordt gemaakt van de volmacht. Tegen deze achtergrond worden de stellingen van [appellanten] beoordeeld.
6.7
Voor een volmacht als de onderhavige bevat de wet niet een bepaald vormvereiste. De gekozen vorm, een onderhandse akte, is dus toelaatbaar. Tijdens de mondelinge behandeling is een kopie van de volmacht (het origineel is gehecht aan de notariële akte van 30 oktober 2015, die bij de notaris is) getoond aan [appellanten] Zij hebben alle drie verklaard dat hun handtekening daarop staat.
6.8
Dat die volmacht boven de namen van de ondertekenaars leeg was is gemotiveerd weersproken door [geïntimeerde]. Zij heeft in dat verband tijdens de mondelinge behandeling, aanvullend op wat in de van haar afkomstige processtukken al staat, verklaard dat zij de volmacht, voorzien van de daarin opgenomen tekst, op tafel bij erflaatster heeft achtergelaten. Op die manier konden [appellanten] rustig overwegen of zij de volmacht wilden tekenen. Die gang van zaken is niet betwist. Integendeel, de ter zitting ook aanwezige [kind 1] en [kind 2] (met instemming van partijen hierover gehoord) hebben deze gang van zaken bevestigd en hebben ook uitdrukkelijk verklaard dat boven hun namen de tekst was opgenomen die in de als productie 9 bij inleidend verzoekschrift overgelegde volmacht staat. [appellant 2] heeft bij de mondelinge behandeling eveneens verklaard dat geen sprake was van een blanco stuk boven de namen van de ondertekenaars, maar dat daar tekst stond.
6.9
De stelling dat sprake was van een volmacht zonder tekst inhoudende de afstandsverklaring is dan ook onvoldoende onderbouwd. Daarbij komt dat geen enkel fysiek kenmerk is genoemd van de in het geding gebrachte volmacht waaraan het vermoeden zou kunnen worden ontleend dat de afstandstekst later, na ondertekening door, onder andere, [appellanten] is toegevoegd. Het beroep op bedrog (dat, zoals hierna bij de dwaling uitgebreider gemotiveerd, wordt opgevat als een beroep op misbruik van bevoegdheid) én het verzoek ex art. 843a Rv zijn daarmee onvoldoende onderbouwd.
6.1
Het Gerecht heeft de volmacht, impliciet, zo uitgelegd dat daarin staat dat [appellanten] afstand hebben gedaan van de huurrechten op het perceel waarop de woning ([de woning]) staat én van ieder recht op die woning zelf. Daartegen is door [appellanten] in hun memorie van grieven en pleitnotities niet opgekomen. Tijdens de mondelinge behandeling hebben zij nog wel gesteld dat slechts de huurrechten op het perceel onderwerp van de volmacht waren, maar meer dan een blote stelling was dat niet. Onderbouwing ontbrak.
6.11
Ten tijde van de volmachtverlening (11 september 2015) leefde de vader van [appellanten] nog. Het lijkt erop dat de huurrechten (die nog op naam van de vader van erflaatster stonden, [wijlen]) op dat moment toekwamen aan erflaatster (als enige erfgenaam van [wijlen]), eventueel samen met haar echtgenoot (de vader van [appellanten]). Wat daarvan ook zij, het stond [appellanten] vrij – en zij waren daartoe volledig bevoegd - afstand te doen van rechten die hun in de toekomst ten deel zouden vallen, namelijk na het overlijden van hun vader (in 2017) en moeder (in 2022).
6.12
De tussenconclusie is daarom dat de volmacht in een onderhandse akte mocht worden neergelegd, dat [appellanten] bevoegd waren tot volmachtverlening, dat (ook) [appellanten] de volmacht hebben ondertekend, dat deze voorzien was van de tekst houdende afstandsverklaring en dat het hun vrij stond deze volmacht af te geven nog tijdens leven van hun vader en moeder.
Dwaling
6.13
Gebruik maken van een volmacht kan onder omstandigheden misbruik van bevoegdheid opleveren. Daarvan zal sprake kunnen zijn indien de bevoegdheid met geen ander doel wordt uitgeoefend dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend dan wel in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen (art. 3:13 lid 1 en lid 2 BW).
6.14 [
appellanten] hebben zich beroepen op dwaling. Zij hebben aangevoerd dat zij hebben gedwaald (namelijk: dachten dat getekend werd voor verkoop, niet schenking) en dat [geïntimeerde] hen daarover had moeten informeren.
6.15
Van een wederkerige overeenkomst is geen sprake. Volmacht is een eenzijdige rechtshandeling. Dwaling speelt slechts in de sfeer van een overeenkomst. Geplaatst in de sleutel van misbruik van bevoegdheid en als beoordeeld zou moeten worden of van dwaling sprake is, geldt op basis van de feitelijke stellingen van [appellanten] het volgende.
6.16
Bij de mondelinge behandeling heeft [kind 1], bevestigd door [kind 2], over de feitelijke gang van zaken het volgende gezegd. Erflaatster heeft met hen besproken dat zij het huis wilde schenken aan [geïntimeerde]. Met de door [geïntimeerde] toegezegde betaling van NAf 500 per maand had zij daardoor extra inkomen. Erflaatster vreesde echter gedoe met [appellanten] Aan hen heeft zij het daarom doen voorkomen dat ze het huis wilde verkopen. Op die manier hoopte zij de lieve vrede tijdens de resterende periode van haar leven te kunnen bewaren.
6.17
Deze schets van de gang van zaken spoort met de stellingname van [appellanten] Zij stellen immers dat erflaatster tegen hen gezegd heeft dat ze het huis wilde verkopen. Zij stellen ook dat zij in de veronderstelling van verkoop de volmacht hebben getekend. Gesteld noch gebleken is echter dat [geïntimeerde] hen op het verkeerde been heeft gezet door mee te delen dat het huis aan haar verkocht zou worden, wetende dat van schenking sprake zou zijn. Aan een inlichting van [geïntimeerde] was de dwaling van [appellanten] dus niet te wijten. Evenmin behoorde zij [appellanten] in te lichten. Zij wist immers niet, en kon niet weten, dat [appellanten] tekenden vanuit de gedachte dat dit voor verkoop was. Van onevenredigheid tussen de belangen van partijen was ook geen sprake. Het stond erflaatster vrij [geïntimeerde] aan een huis te helpen. [geïntimeerde], van haar kant, nam op zich erflaatster maandelijks van enig extra inkomen te voorzien. Helemaal om niet werd het huis dus niet verkregen of aanvaard. Integendeel, er is, onbetwist, gedurende zes jaar ongeveer NAf 36.000 aan erflaatster betaald door [geïntimeerde] (72 maanden à NAf 500 per maand). Van misbruik van bevoegdheid of dwaling is dan ook geen sprake.
Intrekking volmacht
6.18
Wie een volmacht afgeeft kan deze intrekken. Dat is door [appellanten] gedaan bij brief van 16 april 2024. Die brief was echter mosterd na de maaltijd. De afstand waarvoor volmacht was verleend was toen immers al een feit, namelijk neergelegd in de notariële akte van 30 oktober 2015 met de goederenrechtelijke gevolgen van dien. De intrekking kon dus geen effect meer sorteren.
Incidenteel hoger beroep
6.19 [
geïntimeerde] heeft in haar memorie van antwoord opmerkingen gemaakt over de afwijzing van haar, reconventionele, vordering tot verwijdering van een afdak. Blijkens die opmerkingen gaat het niet langer om een afdak maar om een erfafscheiding. De opmerkingen zijn niet gegoten in de vorm van een incidenteel hoger beroep.
6.2
Voor het geval die opmerkingen desondanks als een, voor de wederpartij kenbaar, incidenteel hoger beroep moeten worden aangemerkt geldt dat nog steeds, net zoals bij het Gerecht, onvoldoende is onderbouwd wat aard, ernst en duur van de hinder zijn, en dat die de vordering kunnen dragen. De vordering is daarom ook in hoger beroep niet toewijsbaar.

7.Slotsom

De grieven slagen niet. Het bestreden vonnis dient te worden bevestigd. [appellanten] dienen als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Die kosten worden als volgt begroot:
- verschotten: Cg 396,64 (betekening memorie van antwoord)
- salaris advocaat Cg 5.000 (2 1/2 punten tarief 5 à Cg 2.000,- per punt)
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verleent [appellant 3], [appellant 2] en [appellant 3] toestemming om kosteloos te procederen;
bevestigt het tussen partijen gewezen vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 5 februari 2024;
veroordeelt [appellanten] in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen en begroot deze op Cg 396,64 aan verschotten en Cg 5.000 aan salaris advocaat;
wijs af wat meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, W.P.M. ter Berg en E.P. van Unen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 18 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.