ECLI:NL:OGHACMB:2025:36
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.P. van Unen
- G.C.C. Lewin
- C.G. ter Veer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep arbeidsovereenkomst huishoudelijk personeel: nietigheid opzegging tijdens ziekte en matiging loonbetaling
In deze zaak staat centraal of de arbeidsovereenkomst tussen een ziekenverzorgster en haar werkgever tussentijds is geëindigd door opzegging. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd en wees loonvorderingen af. Het Hof vernietigt deze beschikking en oordeelt dat de opzegging tijdens ziekte nietig is omdat de arbeidsovereenkomst valt onder de uitzondering voor huishoudelijk personeel waarvoor geen ontslagvergunning vereist is.
De arbeidsovereenkomst werd voortgezet na de oorspronkelijke einddatum en kon niet tussentijds worden opgezegd zonder schriftelijke overeenkomst. De werkgever had geen toestemming van de werknemer voor opzegging en de opzegging tijdens ziekte is nietig. De werkgever is verplicht loon te betalen tot de ontbindingsdatum, maar het Hof matigt de loonbetaling tot 1 februari 2024 omdat de omstandigheden waardoor de werkgever geen gebruik maakte van de diensten van de werknemer in gelijke mate aan beide partijen zijn toe te rekenen.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Verrekeningen met leningen door derden zijn onrechtmatig. De werknemer krijgt geen extra vergoedingen toegekend. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldigheid bij opzeggingen tijdens ziekte en de toepassing van de Lei di Retiro voor huishoudelijk personeel.
Uitkomst: De opzegging tijdens ziekte is nietig en de werkgever moet loon betalen tot 1 februari 2024; proceskosten worden gecompenseerd.