Een werknemer van een surfshop op Bonaire werd op staande voet ontslagen nadat hij contant geld van een klant niet in het kasboek noteerde en het geld onder het geldkistje legde. De werkgever vond dit een dringende reden voor ontslag wegens vermoedelijke diefstal. De werknemer ontkende de intentie tot diefstal en stelde dat hij het geld wilde wisselen.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft het ontslag op staande voet beoordeeld en geoordeeld dat het handelen van de werknemer, mede gelet op het ontbreken van een bevredigende verklaring, alle schijn wekt dat hij het geld wilde wegnemen. De vordering tot doorbetaling van loon en overige vergoedingen werden afgewezen, omdat onvoldoende bewijs werd geleverd voor niet-genoten vakantiedagen en onbetaald overwerk.
Wel werd de vordering tot betaling van een toeslag voor gewerkte feestdagen toegewezen, omdat de werkgever deze niet gemotiveerd had betwist en de werknemer aantoonde op 19 feestdagen recht te hebben op een toeslag van 100%. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De vordering tot verwijdering van zijn afbeelding op het reclamebord werd afgewezen omdat het gezicht inmiddels was afgeplakt.