Partijen zijn in 2004 getrouwd zonder minderjarige kinderen en hadden hun eerste huwelijksdomicilie in Aruba. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van het Gerecht waarin de echtscheiding werd uitgesproken, de gemeenschap werd verdeeld en de verkoop van de gezamenlijke woning werd gelast.
De man voerde aan dat de vrouw dementie heeft en niet in staat is haar belangen te behartigen. Hij verzocht primair vernietiging van de beschikking en niet-ontvankelijkheid van de vrouw, subsidiair vernietiging van het verkoopbevel en het recht om de woning over te nemen met verrekening van investeringen.
Tijdens de mondelinge behandeling trok de man zijn primaire verweer in en bevestigde de echtscheiding, maar bleef bezwaar maken tegen de verkoop van de woning. Het Hof ging ambtshalve uit van procesonbekwaamheid van de vrouw en besloot de verkoop van de woning uit de beschikking te verwijderen. De rest van de beschikking blijft in stand. Over de woning wordt beslist bij de verdeling van de gemeenschap. Proceskosten werden niet toegewezen.