De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging tot doodslag op het slachtoffer door meerdere keren op hem te schieten op een openbare weg in Sint Maarten. Daarnaast werd hij schuldig bevonden aan het bezit van twee vuurwapens en hennep. De rechtbank achtte de herkenningen op camerabeelden betrouwbaar, mede door een opvallend loopje van de verdachte.
De verdachte werd vrijgesproken van witwassen omdat hij een concrete en niet onwaarschijnlijke verklaring gaf over de herkomst van het contante geld, en het Openbaar Ministerie nagelaten had dit nader te onderzoeken. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor voorbedachte raad, waardoor de poging tot doodslag zonder voorbedachte raad werd gekwalificeerd.
De straf werd vastgesteld op 9 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De in beslag genomen vuurwapens en munitie werden onttrokken aan het verkeer. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot immateriële schade wegens gebrek aan onderbouwing, maar de materiële schade was reeds vergoed.