ECLI:NL:OGHACMB:2026:17
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake consolidatielening en bancaire zorgplicht
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellanten terecht een beroep konden doen op dwaling en partiële nietigheid van een consolidatieleningsovereenkomst met PSB Bank N.V. Appellanten stelden dat zij niet volledig waren geïnformeerd over de rente en dat sprake was van woekerrente bij twee van de geconsolideerde leningen.
Het Hof oordeelde dat appellanten bij het aangaan van de lening op de hoogte waren van de rentebedragen en dat er geen sprake was van een onjuiste voorstelling van zaken. De bank had geen tekortkoming in haar zorgplicht, omdat de vermeende woekerrente betrekking had op eerdere schulden bij derden en niet op de consolidatielening zelf.
Verder werd het beroep op partiële nietigheid verworpen omdat appellanten onvoldoende hadden onderbouwd dat de voorwaarden van de consolidatielening in strijd waren met de openbare orde of goede zeden. Ook het verwijt dat PSB Bank onvoldoende had geïnformeerd over het uitstelbeleid tijdens de corona-epidemie leidde niet tot vernietiging van het vonnis.
Het verzoek om uitstel van betaling voor het treffen van een betalingsregeling werd afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het vonnis werd uitgesproken door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op 27 januari 2026.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en wijst het beroep van appellanten af, met veroordeling in proceskosten.