ECLI:NL:OGHACMB:2026:181

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
CUR2025H00134
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ondertoezichtstelling wegens ernstige bedreiging geestelijke ontwikkeling minderjarige

De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de ondertoezichtstelling van haar dochter, een 12-jarige minderjarige, die door het Gerecht was uitgesproken vanwege ernstige bedreiging van haar geestelijke ontwikkeling. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit, maar er bestaat een langdurig conflict over de zorgregeling en contact tussen de vader en de minderjarige.

De Voogdijraad rapporteerde dat de moeder onvoldoende medewerking verleent aan het contact tussen de minderjarige en haar vader, wat leidt tot een loyaliteitsconflict en sociaal isolement van het kind. De minderjarige heeft een lichte autismespectrumstoornis en heeft behoefte aan gespecialiseerde begeleiding, waaronder speltherapie en individuele ondersteuning voor de moeder.

Het Hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de geestelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige te beschermen. Vrijwillige hulpverlening is onvoldoende en de moeder stelt voorwaarden die de belangen van het kind belemmeren. Daarom wordt de beschikking van het Gerecht bevestigd en de ondertoezichtstelling gehandhaafd.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bevestigd vanwege ernstige bedreiging van haar geestelijke ontwikkeling.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: CUR2026010184- CUR2025H00134
Uitspraak: 30 juni 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G ondertoezichtstelling
in de zaak van:
[appellante],
wonend in [woonplaats],
hierna te noemen: de moeder,
appellante,
procederend zonder gemachtigde
tegen
de
VOOGDIJRAAD
gevestigd in Curaçao,
verweerder,
betreft:
[minderjarige], geboren [geboortedatum] (hierna: de minderjarige)
als belanghebbende merkt het Hof aan:
[de vader](hierna: de vader),
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Het Hof heeft de volgende stukken ontvangen:
-een op 21 mei 2026 ingekomen beroepschrift (met producties), waarbij de moeder in hoger beroep is gekomen van de op 9 april 2026 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht);
- een verweerschrift van de vader (met een productie).
1.2
Op 11 juni 2026 heeft de mondelinge behandeling door het Hof plaatsgevonden. In het gerechtsgebouw in Curaçao zijn verschenen: de moeder, mevrouw [medewerker Voogdijraad] namens de Voogdijraad en de heer [gezinsvoogd], de gezinsvoogd. Via videoverbinding hebben de vader en zijn gemachtigde aan de zitting deelgenomen.

2.De feiten

2.1
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige, die erkend is door de vader. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de minderjarige; dat is beslist bij beschikking van 12 oktober 2016. De moeder woont met de minderjarige, die nu 12 jaar is, in Curaçao. De vader woont met een nieuwe partner in [woonplaats]; zij hebben samen twee kinderen.
2.2
Vanaf 2016 hebben partijen procedures gevoerd over de inhoud en uitvoering van een zorgregeling tussen de vader en de minderjarige. Bij beschikking van 26 augustus 2021 van het Gerecht is voor het laatst een zorgregeling vastgesteld, die bij beschikking van 2 juni 2022 is versterkt met een dwangsom.
2.3
Bij beschikking van 19 mei 2026 (CUR2025H00368) heeft dit Hof een tussenbeschikking van het Gerecht van 21 november 2025 vernietigd. Het Hof heeft het gezamenlijk gezag van de ouders gehandhaafd. Daarnaast heeft het Hof de in eerdere beschikkingen van het Gerecht vastgelegde zorgregeling gewijzigd en bepaald dat de vader een keer per week belcontact zal hebben met de minderjarige, op zaterdag om 10.00 uur buiten aanwezigheid van de moeder of andere familieleden, waarbij de gezinsvoogd later kan bepalen dat dit belcontact in een hogere frequentie of op een andere locatie zal plaatsvinden. Het Hof heeft aan de moeder ook een informatieverplichting opgelegd.
2.4
In het kader van de behandeling van die zaak heeft een van de leden van het Hof (die ook aan deze beschikking meewerkt) met de minderjarige gesproken.

3.De procedure bij het Gerecht

3.1
De Voogdijraad heeft in een rapportage van 27 maart 2026 de ondertoezichtstelling van de minderjarige verzocht, met voorlopige handhaving van haar verblijfplaats bij de moeder.
3.2
Op 9 april 2026 heeft het Gerecht een ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige uitgesproken voor de duur van een jaar met benoeming van de Uitvoeringsorganisatie Justitiële Zorg van het Ministerie van Justitie tot gezinsvoogd.

4.De beoordeling

gronden ondertoezichtstelling
4.1
Indien een kind zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, kan de rechter het kind onder toezicht stellen (artikel 1:254 lid 1 BW Pro).
rapport Voogdijraad
4.2
De Voogdijraad heeft gesproken met beide ouders, met de minderjarige en daarnaast met de directeur van de school, de leerkracht van de minderjarige en de broer van de vader. De vraag of de ontwikkeling van de minderjarige wordt bedreigd doordat de moeder weinig tot geen medewerking geeft aan het totstandbrengen van een zorgregeling met de vader beantwoordt de Voogdijraad bevestigend.
4.3
Uit het onderzoek blijkt volgens de Voogdijraad dat de moeder onvoldoende rekening houdt met het belang van de minderjarige om een gezonde band met haar vader te kunnen opbouwen. Zij grijpt steeds terug op het verleden met de stelling dat de vader en zijn familie een bedreiging voor de minderjarige zouden vormen, terwijl dit is onderzocht en niet is komen vast te staan. Die overbeschermende houding vormt een emotionele belasting voor de minderjarige en belemmert haar sociaal-emotionele ontwikkeling. De minderjarige bevindt zich in een loyaliteitsconflict. Zij wil graag meer tijd doorbrengen met haar vader en zijn familie, maar weet niet goed hoe zij dit moet zeggen tegen haar moeder zonder haar te kwetsen. Uit het onderzoek blijkt ook dat de minderjarige een sociaal geïsoleerd bestaan leidt. Buiten school om heeft zij niet of nauwelijks vriendschappelijke contacten. Er komen geen vriendinnen of vrienden bij haar thuis en zij bezoekt geen anderen. Haar vrije tijd brengt de minderjarige alleen door met de moeder, diens zus en haar oma. Dat de moeder de contacten van de minderjarige met de in Curaçao woonachtige familie van de vader beperkt kan ook van invloed zijn op haar gevoel van verbondenheid en identiteitsontwikkeling.
oordeel Hof
4.4
Uit het rapport van de Voogdijraad blijkt voldoende dat sprake is van een ernstige bedreiging voor de geestelijke ontwikkeling van de minderjarige. Het gaat hierbij niet alleen om het belemmeren door de moeder van de contacten met de vader, maar ook om het loyaliteitsconflict waar de minderjarige in verkeert en haar sociale isolement. Die omstandigheden bij elkaar vormen een bedreiging van haar sociaal-emotionele ontwikkeling en de vorming van haar eigen identiteit. Begeleiding en bijsturing door een gezinsvoogd in het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling is daarbij nodig.
4.5
De moeder grijpt steeds terug op een of meerdere incidenten uit het verre verleden. Met de Voogdijraad is het Hof van oordeel dat dit voldoende is onderzocht en dat daaruit geen bedreiging voor de minderjarige is komen vast te staan door de vader en zijn familie. De moeder blijft hier echter op teruggrijpen om haar weerstand tegen contacten met de vader te verklaren. Zij zegt weliswaar steeds haar medewerking toe bij het uitbreiden van die contacten. In de praktijk komt daar echter niets van terecht, omdat de moeder die contacten alleen op haar voorwaarden wil toestaan.
4.6
In het verleden is de minderjarige onderzocht door de psychologe mevr. drs. M.E.G. Etienne, die heeft geconstateerd dat de minderjarige een autismespectrumstoornis heeft, in lichte mate. De moeder heeft ter zitting verklaard dat de psychologe Etienne bereid is met beide ouders te praten, vooral om de vader voor te lichten over de beperkingen van de minderjarige. Deze psychologe is volgens de moeder ook bereid de minderjarige verder te begeleiden.
4.7
Het Hof is met de Voogdrijraad en de gezinsvoogd van oordeel dat dit niet voldoende is. Het gaat volgens het rapport van de Voogdijraad niet alleen om de opbouw van en de begeleiding bij de contacten met de vader, maar ook om ondersteuning van de minderjarige bij haar sociaal-emotionele ontwikkeling, de ontwikkeling van haar identiteit en het versterken van haar sociale weerbaarheid. Dat gaat verder dan (enkel) voorlichting van de vader over de autismespectrumstoornis van de minderjarige. Volgens de gezinsvoogd is speltherapie aangewezen bij een gespecialiseerde therapeut. Daarnaast is individuele begeleiding van de moeder nodig, zodat zij leert omgaan met haar angsten en begeleid kan worden in het beter aansluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van de minderjarige. Tenslotte zal de gezinsvoogd contactherstel met de vader en met zijn familie kunnen bevorderen.
4.8
Dat al deze maatregelen en begeleiding, die coördinatie vergen, buiten het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling kunnen plaatsvinden acht het Hof uitgesloten, gelet op de beperkte mogelijkheden die de vrijwillige hulpverlening in Curaçao kan bieden. De ondertoezichtstelling is ook nodig omdat de moeder voorwaarden stelt aan in te schakelen hulp en daarbij de belangen van de minderjarige en wat zij nodig heeft over het hoofd lijkt te zien. De gezinsvoogd heeft op de zitting bij het Hof een plan ontvouwd voor deze hulp en begeleiding. De moeder zou er goed aan doen zich daarvoor open te stellen, zowel in het belang van haar dochter als in haar eigen belang. Voor de vader geldt hetzelfde.
Slotsom
4.9
Ondanks de ingrijpende inmenging in het gezinsleven die een ondertoezichtstelling oplevert acht het Hof dat in dit geval gerechtvaardigd.
Dat betekent dat de bestreden beschikking zal worden bevestigd.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt de bestreden beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.A. Saleh en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 30 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.