Werknemer, werkzaam als massagetherapeute, vordert achterstallig loon wegens onbetaalde reparatietoeslag, covid-korting en gewerkte feestdagen. De rechtbank wees deze verzoeken af. Na aanvullende informatie uit de administratie van de werkgever komt het Hof tot een einduitspraak.
Werknemer trekt haar verzoek voor reparatietoeslag in. De werkgever kon niet aantonen dat werknemer niet op de door haar genoemde feestdagen had gewerkt, noch dat oproepkrachten deze dagen hadden gewerkt. Het Hof gaat daarom uit van veertien gewerkte feestdagen in 2018, 2019 en 2021.
De werkgever stelde dat werknemer geen recht heeft op overwerkvergoeding omdat zij nooit 40 uur per week werkte en het salaris werd aangevuld tot het minimumloon. Het Hof oordeelt dat volgens de Arbeidsverordening 2013 overwerkvergoeding voor feestdagen onafhankelijk is van het aantal gewerkte uren en dat de arbeidsovereenkomst geen fictief aantal uren van 40 hanteert.
Het Hof veroordeelt de werkgever tot betaling van Afl. 1.014,24 plus wettelijke verhoging en rente voor de niet-betaalde overwerkvergoeding. Het verzoek voor covid-korting wordt afgewezen omdat werknemer dit redelijkerwijs heeft geaccepteerd. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd.