ECLI:NL:OGHACMB:2026:26

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
AUA2024H00429
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis over aandelenverkoop iStore Aruba en ontbinding koopovereenkomst

Deze zaak betreft de verkoop van alle aandelen in iStore Aruba N.V., een onderneming die Apple-producten verkocht en repareerde. De koper heeft de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens vermeende tekortkomingen van de verkopers, waaronder het ontbreken van Apple-licenties en het niet leveren van volledige aandelen. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vorderingen van de verkopers toe en wees de ontbinding af.

In hoger beroep heeft het Hof de feiten en de koopovereenkomst nauwkeurig onderzocht. Het Hof oordeelt dat de koper wist dat de AAR-licentie op dat moment geschorst was en dat de AASP-licentie geldig was. De koper kon vanaf 15 juni 2019 feitelijke zeggenschap uitoefenen, ook al was de formele levering van alle aandelen nog niet afgerond. De verkopers hebben voldoende medewerking verleend aan de overdracht en de koper heeft onvoldoende gesteld om tekortkomingen aan te tonen die ontbinding rechtvaardigen.

Verder heeft het Hof geoordeeld dat de koper gehouden is de koopprijs van Afl. 150.000 te betalen, inclusief de contractuele boete wegens niet-nakoming. De vorderingen van de koper tot opheffing van beslagen, ongedaanmaking en schadevergoeding zijn afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de kosten van het hoger beroep worden aan de koper opgelegd.

Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat de ontbinding van de koopovereenkomst niet rechtsgeldig is en veroordeelt de koper tot betaling van de koopprijs en boete.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202203513 – AUA2024H00429
Uitspraak: 10 februari 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[APPELLANT],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
thans appellant,
gemachtigde: mr. M.B. Boyce,
tegen
1.
[GEÏNTIMEERDE 1],
2.
[GEÏNTIMEERDE 2],
3.
[GEÏNTIMEERDE 3],
4.
[GEÏNTIMEERDE 4],
allen wonende in Aruba,
in eerste aanleg eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn.
Partijen worden hierna [appellant], [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] genoemd. Geïntimeerden worden gezamenlijk [geïntimeerden] genoemd.

1.De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de verkoop van alle aandelen in een vennootschap die vóór de coronapandemie van 2020 producten van Apple verkocht en repareerde in Aruba.
De koper heeft buitengerechtelijk verklaard de koopovereenkomst te ontbinden op grond van tekortkomingen van de verkopers.
In dit geding hebben partijen over en weer vorderingen ingesteld. Het Gerecht heeft de verkopers in het gelijk gesteld. In dit hoger beroep komt het Hof tot dezelfde uitkomst.

2.Het verloop van de procedure

2.1
Bij op 16 december 2024 ingekomen akte van appel is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 6 november 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba.
2.2
Bij op 24 januari 2025 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellant] vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en (naar het Hof begrijpt) de vorderingen van [geïntimeerden] alsnog geheel zal afwijzen en die van [appellant] alsnog zal toewijzen, uitvoerbaar bij voorraad, kosten rechtens.
2.3
Bij op 8 april 2025 ingekomen memorie van antwoord, met producties, hebben [geïntimeerden] de grieven bestreden. Hun conclusie strekt ertoe (naar het Hof begrijpt) dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten in hoger beroep.
2.4
Op 8 december 2025 hebben de gemachtigden van partijen de zaak ten overstaan van het Hof bepleit aan de hand van pleitnotities, waarvan zij exemplaren hebben overgelegd. [appellant], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] waren aanwezig. [appellant] en [geïntimeerde 3] hebben het woord gevoerd. Vragen van het Hof zijn beantwoord.
2.5
Vonnis is bepaald op vandaag.

3.De beoordeling

Feiten
3.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
3.1.1
In 1987 is een eenmanszaak van [geïntimeerde 1] onder de naam iStore Aruba/Dynamic Systems ingeschreven in het handelsregister van Aruba. In het handelsregister is aangetekend dat deze eenmanszaak in 2014 is opgeheven.
3.1.2
In 2012 is iStore Aruba N.V. (hierna: iStore Aruba) opgericht. Bij de oprichting werden honderd aandelen geplaatst, waarvan twintig bij [geïntimeerde 1], twintig bij [geïntimeerde 2], dertig bij [geïntimeerde 3] en dertig bij [geïntimeerde 4]. [geïntimeerde 1] werd benoemd tot bestuurder. iStore Aruba verkocht producten van het merk Apple. Zij (of iStore Aruba/Dynamic Systems) beschikte (vanaf enig moment) over twee licenties van Apple International Inc., namelijk:
- een AAR-licentie: Apple Authorized Reseller; licentie om producten van Apple te verkopen, en
- een AASP-licentie: Apple Authorized Service Provider; licentie om producten van Apple te repareren.
Een houder van een AASP-licentie wordt ook ACSP genoemd: Apple Certified Support Professional.
3.1.3
In februari 2019 heeft [appellant] interesse getoond in de overname van iStore Aruba. In verband daarmee heeft hij een
due diligencelaten verrichten door [onderzoeker] (hierna: [onderzoeker]). Bij e-mail van 19 februari 2019 heeft [onderzoeker] informatie opgevraagd bij [geïntimeerde 3]. Bij e-mail van 6 maart 2019 heeft [geïntimeerde 3] informatie aan [onderzoeker] verstrekt. Bij brief van 10 april 2019 heeft [appellant] een bod uitgebracht op 80% van de aandelen in iStore Aruba.
3.1.4
Bij e-mail van 10 mei 2019 heeft [medewerker Tech Data], werkzaam bij Tech Data te Miami bericht dat hij heeft vernomen dat de AAR-account van iStore Aruba is
deauthorizedper 1 mei 2019. Daarbij noemde hij
authorized exportersdie producten van Apple aan iStore Aruba konden verkopen en sprak hij de hoop uit
to reestablish our Apple commercial relationship soon.
3.1.5
Bij e-mail van 22 mei 2019 heeft [geïntimeerde 3] aan [appellant] bericht:
Akinan ta un GUF document pa cambia info pe doña nobo.
Tene cuenta cu ta dos contract nos tin.
APPLE CONTRACTS:
1. AASP - pa duna servicio di APPLE
2. AAR - Reseller licence
Nos ta wardando riba e info di e reseller contract info change pa mandate.
Nos echt tin di move like sino nos status ta kai den jeopardy.
Vrij vertaald door het Hof (waarbij GUF staat voor
General Update Form):
Hier is een GUF-document om de informatie voor de nieuwe eigenares te veranderen.
Houd er rekening mee dat we twee contracten hebben.
APPLE CONTRACTEN:
1. AASP - om service van APPLE te geven
2. AAR - verkooplicentie
We zijn in afwachting van de informatie voor het reseller contract om die te verzenden.
We moeten echt in actie komen, anders komt onze status in gevaar.
3.1.6
Een
General Update Formmet datering 10 juni 2019, bedoeld om wijzigingen door te geven aan Apple Inc., vermeldt dat de
company legal name iStore Aruba N.V./Dynamic Systemis gewijzigd in
iStore Aruba N.V.Op dit formulier wordt [appellant] met zijn contactgegevens vermeld als
Principalvan iStore Aruba met als functie
Managing Director.
3.1.7
In een
Share Purchase and Transfer Agreementd.d. 14 juni 2019, gesloten tussen [geïntimeerden] als
Sellersen [appellant] als
Buyer, ondertekend door [appellant] op 20 juni 2019 en door [geïntimeerde 1] zonder datering, (hierna: de koopovereenkomst) staat onder meer:
Considering that:
1. Sellers hold 100 issued shares each with a nominal value of AWG 100,--, numbers 1 through and including 100, in the Corporation iStore Aruba N.V. (…), to be named “the Corporation” hereinafter.
2. Recently, Sellers and Buyer have reached a consensus on the sale and transfer of 80 (eighty), (numbered 1 through and including 16, 21 through and including 36, 41 through and including 64 and 71 through and including 94) of the shares as per June 15, 2019.
3. Sellers and Buyer now wish to confirm and set out in writing the purchase and transfer of the shares.
B. Agreement
1. Transfer
Subject to the terms and conditions set forth in this agreement, Sellers sell and Buyer buys 100 (one hundred) shares, numbered 1 through and including 16, 21 through and including 36, 41 through and including 64 and 71 through and including 94, in the Corporation’s capital (the “Shares”).
In paragraaf 3 (
purchase price and payment) vermeldt de koopovereenkomst een koopprijs van Afl. 200.000. Hiervan is Afl. 150.000 te betalen bij ondertekening van het contract. Vervolgens zijn er tien maandelijkse termijnen van Afl. 10.000 verschuldigd, waarvan de eerste uiterlijk te betalen op 15 december 2019 en de laatste uiterlijk op 15 oktober 2020. Bij niet-nakoming van de betalingsverplichting is de koper een boete verschuldigd van 25% van het te betalen bedrag.
In paragraaf 4 (
guarantees) vermeldt de koopovereenkomst onder meer:
8. The Corporation has submitted a copy of the completely updated shareholders’register to Buyer, who received same.
9. The current account debt of the Corporation with affiliated companies will be fully remitted. The current account of the shareholders will be converted into capital surplus before transferring the shares during a general meeting of shareholders.
10. Buyer will get full control of the Corporation, its brand and the exclusive agreement between Apple Inc. (or any assigned party or subsidiary and IStore Aruba N.V.)
In paragraaf 8 (
acknowledgement) staat dat de vennootschap de aandelenoverdracht erkent en zal aantekenen in het aandeelhoudersregister.
3.1.8
Bij e-mail van 20 juni 2019 heeft [appellant] bericht aan [geïntimeerde 3]:
Adhunto e purchasing agreement pa cu e Istore, cu e documenta firma mi spera cu por resolve cu Apple head office pa kita e hold ariba e store pa nos sigui cu e takeover.
Ariba e pago nan di e shares mi a splika anteriormente cu nos lo hasi esaki según cu por, nos main focus ta pa trece a store back den e mercado y pa por logra e credit line cu banco pa por tin inventario.
Vrij vertaald door het Hof:
Hierbij de koopovereenkomst met betrekking tot de iStore, met het document ondertekend. Ik hoop dat het kan worden opgelost met Apple hoofdkantoor om de ‘hold’ van de winkel af te halen zodat we kunnen verdergaan met de overname.
Over de betaling van de aandelen heb ik eerder uitgelegd dat wij dat zullen doen volgens wat kan, onze belangrijkste focus is om de winkel weer op de markt te brengen en om de kredietlijn met de bank voor elkaar te krijgen om een inventaris te kunnen krijgen.
3.1.9 [
[appellant] heeft de in art. 3 van Pro de koopovereenkomst vermelde koopprijs niet betaald.
3.1.10
In het aandeelhoudersregister van iStore Aruba staat aangetekend dat de aandelen 21 tot en met 100 op 20 juni 2019 op naam van [appellant] zijn komen te staan. Volgens het aandeelhoudersregister stonden die aandelen voordien op naam van Ludwina, Jouel en [geïntimeerde 4]. Volgens deze aantekening verloren die drie personen dus al hun aandelen en behield [geïntimeerde 1] al zijn twintig aandelen.
3.1.11
Bij e-mail van 1 juli 2019 heeft [onderzoeker] aan [geïntimeerde 3] gevraagd om een document waarin de licentieovereenkomst met Apple Inc. wordt uitgelegd.
Bij e-mail van dezelfde dag heeft [geïntimeerde 1] onder meer geantwoord:
Ta asana bu nos tin a licence di AASP and sell resell. E resel ta on hold y ta wooed activates ora di manda e rekisitonan Projections y Business Plan.
Vrij vertaald door het Hof:
Het is zo dat we een AASP-licentie hebben en een verkooplicentie. De verkooplicentie is on hold en zal worden geactiveerd bij het verstrekken van de vereiste Projections en Business Plan.
Vervolgens heeft [geïntimeerde 3] op dezelfde dag
e contract di APPLEgemaild aan [geïntimeerde 1], met cc aan [onderzoeker] en [appellant].
3.1.12
Op 15 juli 2019 heeft [geïntimeerde 3] het contract met Apple Inc. opnieuw naar [appellant] gemaild, met doorzending van een mail van Apple Inc. van 13 augustus 2018, waarin staat:
It is our pleasure to inform you that your application has been approved and you are now a T2 Apple Authorized Reseller.
3.1.13
Op 30 juli 2019 heeft [geïntimeerde 3] het aandeelhoudersregister met daarop de aantekening van de wijziging van 20 juni 2019 gemaild naar ALAC Regional Sales Ops (een aan Apple Inc. gelieerde entiteit) met cc naar [appellant].
3.1.14
Op 7 en 12 augustus 2019 heeft [appellant] Apple Inc. in Miami bezocht. [geïntimeerde 3] heeft op afstand meevergaderd.
3.1.15
In een e-mail van 16 augustus 2019 van [medewerker Apple], werkzaam bij een aan Apple Inc. gelieerde entiteit, (hierna: [medewerker Apple]) aan onder meer [geïntimeerde 3] en [betrokkene], met cc aan onder meer [appellant], staat onder meer:
- Let’s start getting familiar with (…). Those documents are key for succesfully operational and understanding of the AASP business by all the team involved with the service operation as we will enter into conversation about the Assessment Review 2019 to validate that the AASP location is within compliance.
3.1.16
Op 23 oktober 2019 heeft [geïntimeerde 3] aan [appellant] bericht:
Akinan confirmación di APPLE cu e Legal name a keda aproba, dus e nomber di iStore Aruba N.V.
Ban traha duro pa por logra keda cla cu e assessment pa Jesus … un bes cu esey ta cla tur e portanan ta habri back pa iStore, dus ban pone efforts pa logra esey y lagami cu mi por asisti.
Vrij vertaald door het Hof:
Hierbij bevestiging van Apple dat de juridische naam is goedgekeurd, dus de naam van iStore Aruba N.V.
Laten we hard werken om de assessment klaar te krijgen voor [medewerker Apple] [dat is [medewerker Apple], opmerking Hof] … als dat eenmaal klaar is, gaan alle deuren weer open voor iStore, dus laten we ons inspannen om dat voor elkaar te krijgen en laat het me weten als ik kan helpen.
3.1.17
Bij e-mail van 16 december 2019 heeft [medewerker Apple] aan [geïntimeerde 3] bericht, met cc aan onder meer [appellant]:
Ante todo agradecerles por el esfuerzo en el caso del Service Center para que logréis estar bajo expected requirements of operations siguiendo el Service Excellence Guide y el Service Provider Manual.
En referencia al lado comercial, entendemos el interés en el mismo, pero es una area gestionada por otro equipo, lo que estaríamos en capacidad de ofrecer es referencia de la experiencia como area de servicio.
Deseo destacar, que vuestro centro tiene por delante una oportunidad de mejora en métricas de servicios, seguimos por debajo del 92.5% esperado en el Product Summary Score, que implica varias métricas que deben continuar mejorando para aumentar esta puntuación, van dos años con ese bajo nivel de performance.
Esto junto con las mejoras del centro, que fueron reflejadas en el assessment y de las cuales Giovanni, me tiene actualizado semanalmente, confío que en los próximos tres meses, se refleje una mejora sustancial y así poder dar referencias positivas de la experiencia que recibe la comunidad en Aruba en vuestro centro del lado de servicios.
No dudes en contactarnos si tienes alguna duda sobre el plan de mejora in place.
Vrij vertaald door het Hof:
Allereerst wil ik u bedanken voor uw inspanningen in het Service Center om te voldoen aan de verwachte operationele eisen zoals beschreven in de Service Excellence Guide en de Service Provider Manual.
Wat betreft de commerciële kant, we begrijpen uw interesse, maar dit gebied wordt beheerd door een ander team. Wat we wel kunnen bieden is een verwijzing naar onze ervaring op het gebied van service.
Ik wil benadrukken dat uw centrum de mogelijkheid heeft om de servicestatistieken te verbeteren. We zitten nog steeds onder de verwachte 92,5% in de Product Summary Score, wat betekent dat er verschillende metrics zijn die verdere verbetering behoeven om deze score te verhogen. Dit prestatieniveau is al twee jaar laag.
Dit, samen met de verbeteringen van het centrum, die in de beoordeling naar voren kwamen en waarover [onderzoeker] mij wekelijks op de hoogte houdt, doet mij geloven dat er de komende drie maanden een aanzienlijke verbetering zichtbaar zal zijn. Dit stelt ons in staat om positieve feedback te geven over de ervaring die de gemeenschap op Aruba heeft met de service van uw centrum.
Neem gerust contact met ons op als u vragen heeft over de lopende verbeteringen.
3.1.18
In een e-mail van 17 december 2019 aan diverse personen heeft [appellant] zich gepresenteerd als
iStore managing director.
3.1.19
Bij e-mail van 13 januari 2020 heeft [geïntimeerde 3] aan ALAC Regional Sales Ops een herinnering gestuurd met betrekking tot de aanvraag om de AAR-account te heractiveren.
3.1.20
Bij Whatsappbericht van 21 januari 2020 heeft [geïntimeerde 3] aan [appellant] bericht dat Crown (een concurrerend bedrijf in Aruba) een AASP-licentie zou verkrijgen in maart 2020.
3.1.21
Bij e-mail van 3 februari 2020 is namens [appellant] verzocht om toezending van de jaarrekeningen 2014 tot en met 2018 van iStore Aruba. Bij e-mail van 4 februari 2020 heeft [geïntimeerde 3] aan dit verzoek voldaan.
3.1.22
In 2020 is Aruba getroffen door de Covid-19 pandemie. Hierover heeft [appellant] op 9 april 2020 met gebruikmaking van het logo van iStore Aruba als
managing directoreen bericht gestuurd aan
all employees of iStore. In dit bericht staat onder meer dat de winkel op 27 maart 2020 is gesloten en dat het erg waarschijnlijk is dat de winkel de komende maanden gesloten zal blijven.
3.1.23
Bij e-mails van 12 en 19 april 2020 heeft Apple Inc. aan [appellant] bericht dat zij nog geen
Channel Service agreementhad ontvangen. Bij e-mail van 21 april 2020 heeft [medewerker Apple] aan [appellant] bericht dat de looptijd van de AASP-overeenkomst zal verstrijken op 26 april 2020 en gevraagd om een reactie.
3.1.24
Bij e-mails van 7 september 2020 heeft [geïntimeerde 3] een herinnering gestuurd met betrekking tot de aanvraag om de AAR-account te heractiveren.
3.1.25
Bij oproeping van 24 maart 2021 heeft [geïntimeerde 1] “aandeelhouders iStore Aruba N.V.” opgeroepen voor een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders, te houden op 29 maart 2021. De agendapunten 2 tot en met 4 zijn de volgende:
2. Ontslag en discharge Directeur voor gevoerd beleid per 31 december 2020 en
en alle (belasting) schulden.
3. Verkoop overige 20 aandelen.
4. Betaling achterstallige gelden aankoop 80 aandelen.
3.1.26
In notulen met het opschrift
Minutes of the meeting of shareholders of iStore Aruba N.V. on April 8th, 2021staat dat elk van de vier geïntimeerden ([geïntimeerden]) houder is van 25% van de aandelen en aanwezig waren en dat [appellant] als genodigde en getuige aanwezig was en verder onder meer:
Ad 1. The shares, numbered 1 through and including 100 will be sold and transferred to [[appellant]] as of June 1st, 2019. The decision concerning this transfer of shares has been approved unanimously. The Director is instructed to amend the shareholders register with regards to the sale of the shares.
Ad 2. The decision to appoint [[appellant]] as Director of the company is approved unanimously.
Ad 3. The resignation of [[geïntimeerde 1]] as Director of the company is approved unanimously.
Bij de notulen bevinden zich schriftelijke verklaringen van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 4] waarin zij verklaren [geïntimeerde 3] te machtigen namens hen te stemmen op de aandeelhoudersvergadering van 29 maart 2021. De notulen zijn ondertekend door [geïntimeerde 1] als voorzitter, [geïntimeerde 3] als secretaris en [appellant] als getuige. De handtekening van [appellant] is gedateerd op 26 mei 2021.
Accountant [accountant] (hierna: [accountant]) heeft schriftelijk verklaard dat hij met zekerheid kan bevestigen dat [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 1] en [appellant] aanwezig waren op zijn kantoor op 29 maart 2021 en dat hij denkt dat de notulen per abuis de datum 8 april 2021 vermelden in plaats van 29 maart 2021.
In een e-mail en in een app van [geïntimeerde 3] aan [appellant], beide van 25 maart 2021, staat dat de aandeelhoudersvergadering op 29 maart 2021 zal worden gehouden.
In het aandeelhoudersregister van iStore Aruba staat aangetekend dat de aandelen 1 tot en met 20 op 26 mei 2021 op naam van [appellant] zijn komen te staan.
Volgens het aandeelhoudersregister stonden die aandelen voordien op naam van [geïntimeerde 1]. Volgens deze aantekening verloor hij dus op 26 mei 2021 al zijn aandelen en houdt [appellant] sinds die datum alle geplaatste aandelen.
3.1.27
Op 6 juli 2021 zijn tussen [appellant] en [geïntimeerde 3] onder meer de volgende Whatsapp-berichten gewisseld:
[appellant]: Igual laga mi sa con a sigui cu e overname di e otro persona
[appellant]: (…)
[geïntimeerde 3]: Wel, e no ta interesa pa awo … mi a compronde cu istore su licence di repair awo si e bai on hold
[appellant]: OK
[geïntimeerde 3]: (…)
[appellant]: Dus awor nos tin cu sera
[appellant]: (…)
[geïntimeerde 3]: Its up to you
[geïntimeerde 3]: Bo por sera of invest of bende
Vrij vertaald door het Hof:
[appellant]: Laat me weten hoe het verdergaat met de overname door de andere persoon
[appellant]: (…)
[geïntimeerde 3]: Nou, hij is nu niet geïnteresseerd … ik heb begrepen dat de licentie van iStore om te repareren nu wel on hold is gezet
[appellant]: OK
[geïntimeerde 3]: (…)
[appellant]: Dus nu moeten we sluiten
[appellant]: (…)
[geïntimeerde 3]: Dat moet je zelf weten
[geïntimeerde 3]: Je kunt sluiten of investeren of verkopen
3.1.28
Op 7 juli 2021 hebben [geïntimeerden] een ‘addendum’ opgesteld, waarin staat dat de koopprijs voor de aandelen in iStore Aruba wordt verlaagd van Afl. 200.000 tot Afl. 150.000, geheel te betalen bij de ondertekening van het addendum. Dit addendum hebben partijen niet ondertekend.
3.1.29
Bij brieven van 27 juli 2021 heeft [appellant] als managing director van iStore Aruba aan personeel bericht dat iStore Aruba op 31 juli 2021 zal worden gesloten en aangekondigd een regeling met het personeel te zullen treffen volgens de Arubaanse arbeidswetten.
3.1.30
Bij brief van 29 juli 2021 heeft [appellant] aan Milo en [geïntimeerde 3] het volgende bericht:
On July 7, 2021, we have reached a new agreement, by means of an addendum on the original sale-purchase agreement in regard to the sale and purchase of the shares of the iStore (…).
By means of this letter, undersigned, [appellant], would like to present a counteroffer on the above-mentioned addendum, with the sole intention to reach a win-win solution for this matter, and to be able to finalize the sale-purchase process amicably, hence without the need of any legal intervention and/or court process.
Instead of the newly agreed upon sum of AWG 150,000.00 and corresponding payment plan, undersigned would like to reach a new agreement, based on the following terms: 1) a total sale-purchase sum equivalent to AWG 100,000.00, 2) paid in ten (10) equal installments of AWG 10,000.00 starting with the first installment on August 1, 2021.
A suspended Apple Certified Service Provider (ACSP) license, combined with the Covid-19 Pandemic did not allow undersigned to relaunch the business as per the developed Strategic Business Plan. In addition, to my surprise, Crown Aruba acquires ACSP status recently. According to the above-mentioned Strategic Business Plan and my humble opinion, there is not enough market for two full-fledged competitors, hence the reason I would like to pull out of the market, and bear the losses as per this counteroffer.
Hoping to count on your understanding and to reach a suitable agreement.
3.1.31
Bij brief van 29 juli 2022 heeft mr. Gravenstijn namens [geïntimeerden] [appellant] in gebreke gesteld en hem gesommeerd Afl. 150.000 te betalen, vermeerderd met incassokosten. [appellant] heeft niet aan die sommatie voldaan.
3.1.32
Bij brief van 11 augustus 2022 aan [geïntimeerden] heeft mr. Boyce namens [appellant] verklaard de betaling op te schorten en hen gesommeerd de exclusieve rechten uit de AAR-licentie en AASP-licentie af te geven. [geïntimeerden] hebben niet aan die sommatie voldaan.
3.1.33
Bij brief van 7 september 2022 aan [geïntimeerden] heeft mr. Boyce namens [appellant] verklaard de koopovereenkomst te ontbinden en hen gesommeerd Afl. 246.389,10 te betalen (het bedrag dat [appellant] stelt in totaal te hebben geïnvesteerd in de onderneming van iStore Aruba). [geïntimeerden] hebben niet aan die sommatie voldaan.
3.1.34
Op 23 september 2022 hebben [geïntimeerden] met verlof van het Gerecht conservatoir beslag ten laste van [appellant] doen leggen onder twee vennootschappen.
Vorderingen
3.2
Na vermeerdering van eis bij conclusie van repliek hebben [geïntimeerden] gevorderd, verkort weergegeven:
a. verklaring voor recht dat [appellant] de koopovereenkomst niet rechtsgeldig heeft ontbonden;
b. betaling van Afl. 150.000 (koopsom), met rente;
c. betaling van Afl. 37.500 (contractuele boete), met rente.
3.3 [
[appellant] heeft in reconventie gevorderd, verkort weergegeven:
d. opheffing van de beslagen (ten onrechte genoemd als een conclusie in conventie)
e. betaling van Afl. 246.389,10 (ongedaanmakingsverplichting), met rente en buitengerechtelijke incassokosten;
f. betaling van schadevergoeding;
g. althans een beslissing die de rechter geraden acht.
Beslissingen van het Gerecht
3.4
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht de vorderingen van [geïntimeerden] grotendeels toegewezen en die van [appellant] afgewezen.
3.5
Aan deze beslissing heeft het Gerecht het oordeel ten grondslag gelegd, zeer kort samengevat, dat indien en voor zover [geïntimeerden] zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verbintenissen uit de koopovereenkomst, deze tekortkomingen de ontbinding niet rechtvaardigen.
Beoordeling door het Hof
Tekortkomingen, genoemd in de ontbindingsbrief
3.6
In de ontbindingsbrief worden aan de ontbinding de volgende tekortkomingen ten grondslag gelegd, verkort weergegeven:
a. [geïntimeerden] hebben [appellant] niet het certificaat van Apple doen toekomen waarin Apple aangeeft dat Istore Aruba een AASP is en een AAR-licentie heeft; daarmee hebben [geïntimeerden] niet bewezen dat de iStore over de Apple-licenties beschikte;
b. [geïntimeerden] hebben de definitieve jaarrekeningen 2017 en 2018 niet verstrekt;
c. [geïntimeerden] hebben het aandeelhoudersregister van de overdracht en levering van de aandelen niet overhandigd;
d. [geïntimeerden] hebben geen inzicht gegeven in hun financiële handel en wandel.
3.7
Het beroep op deze ontbindingsgronden faalt, gelet op het volgende.
3.8
Ad a. In de koopovereenkomst staat niet dat [geïntimeerden] zich verbinden ervoor te zorgen dat [appellant] een dergelijk certificaat ontvangt. Onvoldoende is gesteld om te kunnen oordelen dat ([appellant] redelijkerwijs mocht verwachten dat) dit niettemin is overeengekomen. In de koopovereenkomst staat in dit verband slechts dat [appellant] volledige zeggenschap zou krijgen over de exclusieve overeenkomst tussen Apple en iStore Aruba (art. 4.10). Aan dit beding hebben [geïntimeerden] in zoverre voldaan dat [geïntimeerde 3] op 1 juli 2019 en op 15 juli 2019 het contract met Apple naar [appellant] heeft gemaild. Op de zeggenschap komt het Hof hierna onder 3.20 terug en op de vraag wat [appellant] mocht verwachten over de status van Apple-licenties hierna onder 3.22-3.28.
3.9
Ad b. In de koopovereenkomst staat niets over het verstrekken van jaarrekeningen. Niettemin hebben [geïntimeerden] de definitieve jaarrekeningen 2017 en 2018 op 4 februari 2020 aan [appellant] verstrekt. Daarnaast hebben zij in februari-maart 2019 meegewerkt aan de due diligence.
3.1
Ad c. In art. 4.8 van de koopovereenkomst staat dat [appellant] het aandeelhoudersregister heeft ontvangen en in art. 8 van Pro de koopovereenkomst staat dat de vennootschap de overdracht van de verkochte aandelen zal aantekenen in het aandeelhoudersregister. Er staat niet dat [appellant] het aandeelhoudersregister met de aantekening van de overdracht van de verkochte aandelen zal ontvangen. Niettemin hebben [geïntimeerden] het aandeelhoudersregister met aantekeningen aan [appellant] verstrekt. Het aandeelhoudersregister zonder aantekening is op 6 maart 2019 aan [onderzoeker] verstrekt. Het aandeelhoudersregister met de aantekening van de wijziging van 20 juni 2019 is (ten laatste) bij e-mail van 30 juli 2019 aan [appellant] verstrekt. Het aandeelhoudersregister met de aantekening van de wijziging van 26 mei 2021 is (ten laatste) bij inleidend verzoekschrift van 12 oktober 2022 aan [appellant] verstrekt. Op de vraag of de aantekeningen juist zijn en aan de koopovereenkomst beantwoorden komt het Hof hierna onder 3.16-3.19 terug.
3.11
Ad d. In de koopovereenkomst staat niets over het geven van inzicht in de financiële handel en wandel van [geïntimeerden] [geïntimeerden] hebben in zoverre inzicht gegeven in de financiële positie van iStore Aruba dat zij in februari-maart 2019 hebben meegewerkt aan de due diligence en op 4 februari 2020 de definitieve jaarrekeningen 2017 en 2018 aan [appellant] hebben verstrekt.
Tekortkomingen, genoemd in de conclusie van antwoord
3.12
Bij conclusie van antwoord (met name onder 18) heeft [appellant] verder een beroep gedaan op de volgende tekortkomingen, verkort weergegeven:
e. [geïntimeerden] hebben nimmer 100% van de aandelen geleverd, terwijl dit meteen na ondertekening van de koopovereenkomst had moeten gebeuren;
f. [geïntimeerden] hebben [appellant] niet direct na ondertekening van de koopovereenkomst de volledige controle over de vennootschap gegeven en hem directeur gemaakt.
g. de AAR-licentie en de AASP-licentie ontbraken.
3.13
Het beroep op deze gestelde tekortkomingen faalt, gelet op het volgende.
Levering van de aandelen
3.14
Ad e. De koopovereenkomst moet worden uitgelegd volgens de Haviltex-maatstaf. In paragraaf 1 (
transfer) staat een tegenstrijdigheid, namelijk dat honderd aandelen worden verkocht, met aanduiding van nummers van in totaal tachtig aandelen. Het aantal van tachtig wordt ook genoemd in de considerans onder 2 en sluit aan op het bod van 10 april 2019. Voor de koopprijs is een betaalschema overeengekomen. Mede gelet op dit alles legt het Hof de koopovereenkomst zo uit dat de koop van honderd aandelen is overeengekomen. Partijen hebben dat op zichzelf ook niet betwist. Het Hof legt de koop verder zo uit dat tachtig aandelen zouden worden geleverd op 15 juni 2019 (zoals vermeld in de considerans onder 2) en dat de resterende twintig aandelen later zouden worden geleverd. Mede gelet op de volzin in paragraaf 3:
the purchase is considered definitive when the purchase price has been paid in full,legt het Hof de koopovereenkomst zo uit dat die twintig aandelen zouden worden geleverd bij de betaling van de laatste termijn van de koopprijs (die uiterlijk op 15 oktober 2020 zou worden betaald). Anders dan [appellant] heeft aangevoerd, is dus niet overeengekomen dat honderd aandelen zouden worden geleverd bij de ondertekening van de koopovereenkomst of op 15 juni 2019.
3.15
Op grond van het voorgaande mocht [appellant] er in beginsel aanspraak op maken dat tachtig aandelen op 15 juni 2019 aan hem zouden worden geleverd. Niet is echter gesteld of gebleken dat [appellant] op of rond 15 juni 2019 aanspraak heeft gemaakt op levering van tachtig aandelen. Indien hij dat had gedaan, hadden [geïntimeerden] hun leveringsplicht mogelijk mogen opschorten omdat [appellant] niet bij ondertekening van de koopovereenkomst of daarna de eerste termijn ad Afl. 150.000 van de koopprijs heeft betaald (zie paragraaf 3 van de koopovereenkomst).
3.16 [
[geïntimeerden] hebben inspanningen verricht om alle aandelen over te dragen aan [appellant]. Naast de hiervoor onder 3.10 besproken aantekeningen in het aandeelhoudersregister hebben zij in 2021 een vergadering gehouden met als doel dat alle aandelen aan [appellant] zouden worden overgedragen. Blijkens zijn ondertekening op 21 mei 2021 heeft [appellant] met die overdracht ingestemd. Niet is gesteld of gebleken dat [appellant] heeft aangedrongen op meer handelingen om de aandelen overgedragen te krijgen. Gelet hierop rechtvaardigen eventuele gebreken in de pogingen om de aandelen over te dragen niet de ontbinding van de koopovereenkomst. Hierbij slaat het Hof ook acht op hetgeen hierna onder 3.20 zal worden overwogen over de zeggenschap.
3.17
Aan het voorgaande doet niet af dat het de vraag is of de door [geïntimeerden] verrichte inspanningen tot het resultaat hebben geleid dat de aandelen rechtsgeldig aan [appellant] zijn overgedragen. De data van overdracht die aangetekend staan in het aandeelhoudersregister, sluiten niet aan op de koopovereenkomst. Hetzelfde geldt voor de nummers van de aandelen die volgens het aandeelhoudersregister zijn overgedragen. Een formele akte van overdracht lijkt te ontbreken; het is de vraag of de koopovereenkomst of de notulen van de vergadering in 2021 of het addendum als geldige akte van overdracht kunnen worden aangemerkt. De notulen van die vergadering roepen ook vragen op over wie daarvoor zijn opgeroepen, of deze oproepingen tijdig zijn gebeurd, op welke datum de vergadering werd gehouden, wie daarbij aanwezig of vertegenwoordigd was en in welke hoedanigheid en wie op dat moment als aandeelhouder werd beschouwd en voor welk percentage. Het is ook de vraag of een levering met terugwerkende kracht, zoals in de notulen beoogd, mogelijk is.
3.18
Gelet op het voorgaande is niet van belang of de aandelen formeel rechtsgeldig aan [appellant] zijn overgedragen. Daarom kan in het midden blijven of [appellant] bij de vergadering van 2021 aanwezig was, en zo ja, op welke datum die vergadering plaatsvond en in welke hoedanigheid [appellant] daarbij aanwezig was. De in dit verband gedane bewijsaanbiedingen worden daarom gepasseerd.
3.19 [
[appellant] heeft er in beginsel nog steeds recht op dat de aandelen volledig rechtsgeldig aan hem worden overgedragen, dus dat aan alle formaliteiten wordt voldaan die daarvoor nodig zijn. [geïntimeerden] zijn verplicht daaraan mee te werken. Een vordering van die strekking heeft [appellant] echter niet ingesteld.
Zeggenschap
3.2
Ad f. Mede in aanmerking genomen dat de rechtsverhouding tussen partijen bij een koopovereenkomst wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid en dat ook aandeelhouders zich jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd, mocht [appellant] er jegens [geïntimeerden] aanspraak op maken dat zij hem vanaf 15 juni 2019 zouden beschouwen als meerderheidsaandeelhouder en dat hij dus zijn rechten als meerderheidsaandeelhouder zou kunnen uitoefenen, ook als formele levering van de aandelen zou uitblijven. Daarmee kon [appellant] vanaf 15 juni 2019 de feitelijke zeggenschap over de vennootschap uitoefenen, ook als hij de formele zeggenschap niet verkreeg. Dit betekent dat hij vanaf die datum kon afdwingen (desnoods via de rechter) dat hij als bestuurder zou worden benoemd, dat andere bestuurders zouden worden ontslagen en dat [appellant] ook verder het beleid van de vennootschap zou bepalen, waarbij [geïntimeerden] slechts rechten van minderheidsaandeelhouders zouden kunnen uitoefenen. Niet is gesteld of gebleken dat [appellant] hierover in 2019-2020 heeft geklaagd. Evenmin is gesteld of gebleken dat [geïntimeerden] hem iets in de weg hebben gelegd om dit te doen. Gelet hierop levert ook dit verwijt geen tekortkoming op die ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt.
3.21
Op grond van het voorgaande kan niet als tekortkoming worden aangemerkt dat [appellant] niet in 2019 tot bestuurder is benoemd (hij heeft zich overigens wel diverse malen gedragen als beleidsbepaler bij iStore Aruba, zoals bij brieven aan het personeel). Daarom is ook niet van belang dat [appellant] in 2019 niet als bestuurder jaarrekeningen, bankovereenkomsten en overeenkomsten met Apple heeft ondertekend (zie [appellant] bij memorie van grieven onder 33).
Licenties van Apple
3.22
Ad g. [geïntimeerden] hebben meegewerkt aan een due diligence. Dit weegt ten nadele van [appellant] mee bij de beantwoording van de vraag wat hij ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst en daarna mocht verwachten over de status van de Apple-licenties.
3.23
Uit de e-mail van 22 mei 2019 van [geïntimeerde 3] en de e-mail van [appellant] van 20 juni 2019 leidt het Hof af dat [appellant] ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst wist dat iStore Aruba op dat moment niet over een geldige AAR-licentie beschikte. Medegedeeld was dat deze licentie
on hold(geschorst) was. Dit past ook bij de e-mailwisseling van 1 juli 2019. Op grond hiervan mocht [appellant] niet verwachten dat iStore Aruba over een geldige AAR-licentie beschikte (ongeacht de inhoud van een brief van 18 november 2018 van [accountant] hierover die [appellant] in zijn pleitnota in hoger beroep onder 5 heeft genoemd). De AASP-licentie was toen geldig (zie hierna onder 3.35 voor de tenaamstelling).
3.24 [
[appellant] heeft bij conclusie van dupliek (onder 8-9 en 31-32) gesteld dat [geïntimeerden] vlak voor de ondertekening van de koopovereenkomst hebben toegezegd dat [geïntimeerde 3] zal zorgen dat de schorsing van de AAR-licentie zou worden opgeheven en dat [geïntimeerden] dit aan [appellant] heeft gegarandeerd. In de stellingen van [geïntimeerden] ligt een betwisting van deze stelling besloten. Meer in het bijzonder hebben [geïntimeerden] bij conclusie van dupliek in reconventie (onder 18) aangevoerd dat [geïntimeerde 3] weliswaar heeft geholpen, maar dat het aan [appellant] als meerderheidsaandeelhouder was om actie te ondernemen en dat hij het heeft laten afweten. Dat heeft [appellant] onvoldoende betwist. Daarmee heeft hij onvoldoende aangevoerd om te worden toegelaten tot bewijs van zijn stelling over de toezegging/garantie. Daarnaast heeft hij onvoldoende specifiek aangeboden deze stelling te bewijzen (het bewijsaanbod in de pleitnota in hoger beroep onder 18 is met de enkele verwijzing naar “mededelingen van [geïntimeerden]” te vaag). De koopovereenkomst vermeldt het ook niet (ook niet in art. 4.10, zie hiervoor onder 3.8). Het Hof passeert de stelling, voor zover [appellant] daarmee wil betogen dat [geïntimeerden] een resultaatsverbintenis hebben aanvaard. Het Hof acht wel aannemelijk dat [geïntimeerde 3] uitlatingen heeft gedaan van de strekking dat hij zich zou inspannen om de schorsing van de AAR-licentie opgeheven te krijgen. Hij heeft zich daarvoor ook ingespannen, blijkens zijn betrokkenheid bij het bezoek van [appellant] aan Apple Inc. in Miami op 7 en 12 augustus 2019 en blijkens zijn e-mails van 23 oktober 2019, 13 januari 2020 en 7 september 2020.
3.25 [
[appellant] heeft bij conclusie van dupliek (onder 9) verder gesteld dat volgens [geïntimeerde 3] het terugdraaien van de schorsing niet ingewikkeld en zeker mogelijk zou zijn, daarmee de indruk wekkend dat dit snel zou gebeuren. Indien [geïntimeerde 3] dit heeft gezegd, baat dat [appellant] echter niet. Bewijslevering op dit punt kan daarom achterwege blijven. Vanaf 15 juni 2019 kwam dit immers voor risico van [appellant]. Zoals hiervoor onder 3.20 overwogen, kon [appellant] vanaf 15 juni 2019 de feitelijke zeggenschap over de vennootschap uitoefenen. Daarom droeg hij vanaf die datum ook het ondernemingsrisico dat verbonden is aan iStore Aruba, waaronder het risico dat het moeilijker of duurder was om de AAR-licentie weer te verkrijgen dan [appellant] verwachtte.
3.26
Het voorgaande brengt ook mee dat het voor risico van [appellant] komt dat de AASP-licentie op 21 april 2020 is verlopen en niet is verlengd, en ook dat concurrent Crown licenties van Apple heeft verkregen. Dit geldt ook als de beslissingen van Apple verband houden met prestaties van de onderneming van iStore Aruba.
3.27
Voor zover [appellant] heeft willen stellen dat [geïntimeerden] ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst wist dat Crown op de nominatie stond om een AASP-licentie te verkrijgen en dit heeft verzwegen (conclusie van dupliek onder 36), passeert het Hof die stelling, omdat [geïntimeerden] die stelling expliciet hebben betwist (conclusie van dupliek in reconventie onder 26) en [appellant] niet specifiek heeft aangeboden die stelling te bewijzen.
3.28
De stelling van [appellant] dat [geïntimeerden] hem niet ervan op de hoogte hebben gesteld dat de AASP-licentie in 2019 zou worden geëvalueerd, baat hem niet. [geïntimeerden] hebben hiertegen ingebracht dat Apple ieder jaar de licenties evalueert en dat [appellant] vanzelfsprekend op de hoogte was van de jaarlijkse evaluaties (conclusie van dupliek in reconventie onder 27). Verder hebben [geïntimeerden] door medewerking te verlenen aan de due diligence en door hun verdere mededelingen over de licenties [appellant] in staat gesteld dit desgewenst vóór ondertekening van de koopovereenkomst verder te onderzoeken. Een tekortkoming van [geïntimeerden] in dit opzicht kan niet worden aangenomen. Evenmin kan worden aangenomen dat [geïntimeerden] verplicht waren [appellant] te informeren over de ‘ingewikkeldheid’ om licenties van Apple te verkrijgen en te behouden (conclusie van dupliek onder 39).
Tekortkomingen, gesteld bij conclusie van dupliek
3.29
Bij conclusie van dupliek (onder 65-67) heeft [appellant] verder een beroep gedaan op de volgende tekortkomingen, verkort weergegeven:
h. [geïntimeerden] hebben een lopend krediet bij Aruba Bank niet volledig aangezuiverd.
i. [geïntimeerden] hebben schulden van hun in privé gehouden credit cards in de vennootschap achtergelaten.
3.3
Het beroep op deze gestelde tekortkomingen faalt, gelet op het volgende.
Aanzuivering krediet
3.31
Ad h. In de koopovereenkomst staat niet dat [geïntimeerden] zich verbinden een lopend krediet bij Aruba Bank aan te zuiveren. [appellant] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat dit niettemin is overeengekomen. Weliswaar staat het rekeningnummer bij Aruba Bank genoemd in paragraaf 4 van de koopovereenkomst meteen onder het opschrift
guarantees, maar in art. 4.9 van de koopovereenkomst staat slechts dat de lopende schulden aan gelieerde vennootschappen gezuiverd zouden worden. Aruba Bank is niet gelieerd aan iStore Aruba. Er staat verder dat de
current account of the shareholders will be converted into capital surplus. [appellant] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat hieruit een verplichting voor [geïntimeerden] voortvloeit om het lopende krediet bij Aruba Bank aan te zuiveren. Het volgt ook niet uit wat [appellant] in de e-mail van 20 juni 2019 schrijft over zijn focus om de
credit linebij de bank voor elkaar te krijgen.
3.32
Ad i. Indien [appellant] onverplicht heeft betaald voor de credit cards van [geïntimeerden], is dat zijn eigen beslissing en komt dat voor zijn risico. Een tekortkoming van [geïntimeerden] bij het nakomen van de verbintenissen uit de overeenkomst kan daaruit niet worden afgeleid. [appellant] heeft ter zake daarvan ook geen vordering ingesteld.
Bij pleidooi in hoger beroep gestelde tekortkomingen
3.33
Bij pleidooi in hoger beroep heeft [appellant] verder een beroep gedaan op de volgende tekortkomingen, verkort weergegeven:
j. de AAR-licentie was niet verleend aan iStore Aruba, maar aan Dynamic System, en deze was niet slechts geschorst, maar op 30 april 2019, dus vóór het sluiten van de overeenkomst vervallen;
k. na het sluiten van de koopovereenkomst bleken de schulden van iStore Aruba en de druk van de financiers aanzienlijk zwaarder dan past binnen de kaders van de koopovereenkomst.
3.34
Het beroep op deze gestelde tekortkomingen faalt, gelet op het volgende.
3.35
Ad j. Dynamic System is (een deel van) de naam van de eenmanszaak van [geïntimeerde 1] die hij dreef vóór de oprichting van iStore Aruba. Niet is gesteld dat deze tenaamstelling voor iStore Aruba enig nadeel opleverde. Bovendien is de wijziging van de tenaamstelling bij General Update Form met datering 10 juni 2019 aan Apple gemeld en volgens de e-mail van [geïntimeerde 3] van 23 oktober 2019 door Apple geaccepteerd. Ook heeft [appellant] onvoldoende gesteld om aan te nemen dat er een essentieel verschil bestaat tussen verval van de licentie door het verstrijken van de duur ervan (waarvan [appellant] op de hoogte raakte door een e-mail van 15 juli 2019) en
on hold-plaatsing van de licentie. In beide gevallen was (zoals [geïntimeerde 3] in zijn e-mail van 22 mei 2019 schrijft) actie van iStore Aruba nodig om weer een geldige licentie te verkrijgen en in beide gevallen kon gebruik worden gemaakt van de eerdere contacten tussen iStore Aruba en de verantwoordelijken bij Apple.
3.36
Ad k. [appellant] heeft niet gesteld dat in de informatie die bij de due diligence is verstrekt, de cijfers van de behaalde resultaten onjuist zijn. In de stellingen van [appellant] ligt wel besloten dat de projecties te optimistisch waren, maar hij heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat de projecties zo optimistisch waren dat daaruit moet worden afgeleid dat de waarde van de overgedragen onderneming van iStore Aruba niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. Dat kan ook niet worden afgeleid uit de bedragen die [appellant] stelt te hebben betaald ten behoeve van de onderneming van iStore Aruba, en de onderbouwing die hij daarvan heeft gegeven. Ook voor het overige heeft [appellant] onvoldoende gesteld om aan te nemen dat de schulden en de druk van de financiers zo hoog waren dat dit een tekortkoming oplevert. Aan bewijslevering op dit punt (aangeboden bij pleitnota in hoger beroep onder 21) komt het Hof niet toe, omdat [appellant] daarvoor onvoldoende gesteld heeft.
3.37
Ook indien alle verwijten in samenhang worden beschouwd, levert dat geen tekortkoming of tekortkomingen op die ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt of rechtvaardigen. De ontbindingsbrief heeft daarom geen rechtsgevolg gehad.
3.38
De verwijten leveren ook geen grond op voor opschorting door [appellant] van zijn betalingsverplichting uit de nadere overeenkomst van 7 juli 2021, waarnaar hij herhaaldelijk verwijst in zijn brief van 29 juli 2021. Mede gelet op de omstandigheid dat [appellant] vanaf 15 juni 2019 de feitelijke zeggenschap over de vennootschap kon uitoefenen en dat de nadere overeenkomst van 7 juli 2021 is gesloten nadat [appellant] bekend was met de gang van zaken in de periode tussen de totstandkoming van de koopovereenkomst van 2019 en totstandkoming van de nadere overeenkomst van 7 juli 2021, levert ook de omstandigheid dat de aandelen mogelijk niet formeel rechtsgeldig zijn geleverd, in dit geval geen grond voor opschorting op.
Gevolgen voor de vorderingen
3.39
Het voorgaande betekent dat [appellant] gehouden is de nader overeengekomen koopsom van Afl. 150.000 te betalen, zoals [geïntimeerden] hebben gevorderd.
3.4
In het addendum staat (in art. 6) dat de bepalingen van de koopovereenkomst van 20 juni 2019 van kracht blijven, behoudens uitzonderingen. Op grond hiervan is het boetebeding van kracht gebleven. Bij de nadere overeenkomst van 7 juli 2021 is bepaald dat [appellant] de verlaagde koopsom meteen zou betalen (weliswaar na ondertekening, maar dat is niet doorslaggevend). Dat heeft hij niet gedaan. Daarom is ook de vordering ter zake van de contractuele boete toewijsbaar.
3.41
De afwijzing door het Gerecht van de door [geïntimeerden] gevorderde verklaring voor recht ligt in dit hoger beroep niet voor, omdat [geïntimeerden] daartegen niet in hoger beroep zijn gekomen.
3.42
Op grond van het voorgaande is er geen reden om de vordering tot opheffing van de beslagen toe te wijzen.
3.43
Nu de ontbindingsverklaring geen rechtsgevolg heeft gehad, is er geen ongedaanmakingsverplichting ontstaan. De daarop gebaseerde vordering van [appellant] is niet toewijsbaar.
3.44
De vordering van [appellant] tot vergoeding van “in verband met het verzuim geleden schade” is onvoldoende toegelicht om te kunnen worden toegewezen, zoals het Gerecht ook heeft overwogen.
3.45 [
[appellant] heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat de aldus bereikte uitkomst in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid (conclusie van dupliek 70-73). Ook ziet het Hof geen aanleiding om de vorderingen van Croes gedeeltelijk af te wijzen of te verminderen (pleitnotitie in hoger beroep onder 36).
Slotsom
3.46
Het hoger beroep slaagt niet. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bevestigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] gevallen en tot op heden begroot op Afl. 207,00 aan verschotten en Afl. 10.500,00 aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, E.A. Saleh en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 10 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.