Uitspraak
[APPELLANT 2],
[APPELLANTE 3],
[APPELLANT 4],
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De feiten
‘final warning’aan [appellant 2] en [oude vennoot]. Voor zover van belang schreef hij:
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De Vereniging van Eigenaren Coral Estate (VvE) legde Residenz c.s. een boete van USD 50.000 op wegens overschrijding van de bouwtermijn van een woning binnen het Coral Estate Resort te Curaçao. Residenz c.s. betaalde niet en werd door het Gerecht in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van de boete met wettelijke rente. Residenz c.s. stelde in hoger beroep dat de Algemene Bepalingen niet rechtsgeldig of onduidelijk waren, dat de bouwtijd pas begon bij de tweede bouwvergunning en dat vertraging door corona en ziekte van een vennoot verschoonbaar was.
Het Hof oordeelde dat de bouwtijd aanving bij de eerste bouwvergunning van 6 december 2017 en dat de bouwwerkzaamheden uiterlijk 6 december 2019 voltooid hadden moeten zijn. Vertraging door ziekte van een vennoot kwam voor rekening van Residenz c.s. De stelling dat een afspraak bestond dat de boete zou vervallen bij overdracht van aandelen en voortzetting van de bouw werd niet bewezen. De VvE had bovendien coulant uitstel verleend voordat zij boetes oplegde.
De foto's en correspondentie toonden aan dat de woning begin 2024 nog niet in staat van oplevering was. Het beroep op matiging van de boete werd verworpen omdat de boete niet buitensporig was en de VvE haar bevoegdheid niet misbruikte. Het Hof bevestigde het vonnis van het Gerecht en veroordeelde Residenz c.s. in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de boete van USD 50.000 wordt bevestigd met hoofdelijk veroordeling van Residenz c.s.