ECLI:NL:OGHACMB:2026:42

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
AUA2017H00255
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis correctie bedrag en bewijsregeling in civiele zaak over vergoedingsrechten

In deze civiele procedure tussen een vrouw en een man, beide woonachtig in Aruba, heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op 10 februari 2026 een vonnis uitgesproken waarin per abuis tweemaal een bedrag van Afl. 40.000,- werd vermeld. Dit bedrag moest Afl. 400.000,- zijn. Op verzoek van de advocaten van partijen heeft het Hof dit herstelvonnis uitgesproken om deze kennelijke fout te corrigeren.

Het Hof heeft het dictum van het eerdere vonnis aangepast zodat de man wordt toegelaten te bewijzen dat in de periode van 12 mei 2003 tot 9 april 2014 meer dan Afl. 400.000,- ten laste van zijn vermogen is uitgegeven voor werkzaamheden aan de woning die na 25 mei 2004 zijn verricht. De vrouw krijgt de mogelijkheid tot tegenbewijs, wat kan leiden tot een lager door het Hof aan te nemen bedrag.

Verder heeft het Hof een regeling getroffen voor het horen van getuigen, waarbij deze in Aruba worden gehoord en de rechter en griffier op afstand vanuit Curaçao via videoverbinding aanwezig zijn. Eerst worden de getuigen van de man gehoord, daarna die van de vrouw. Alle verdere beslissingen worden aangehouden. Dit herstelvonnis is op 3 maart 2026 in Curaçao uitgesproken door drie leden van het Hof.

Uitkomst: Het Hof corrigeert het bedrag in het vonnis en stelt een bewijsregeling vast voor de uitgaven aan woningwerkzaamheden.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA201400118 – AUA2017H00255
Uitspraak: 3 maart 2026 (in Curaçao)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
H E R S T E L V O N N I S
in de zaak van:
[DE VROUW],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. M.H.J. Kock,
tegen
[DE MAN],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg eiser in conventie, verweerder in reconventie,
thans geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. H.U. Thielman en D.L. Carolina.

1.Het vonnis in dit geding

1.1
In deze zaak heeft het Hof op 10 februari 2026 een vonnis uitgesproken (ECLI:NL:OGHACMB:2026:25).
1.2
Bij e-mail van 10 februari 2026 hebben mrs. Thielman en Carolina het Hof verzocht om een herstelvonnis.
1.3
Bij e-mail van 11 februari 2026 heeft mr. Kock te kennen gegeven dat het herstelverzoek correct is.

2.De beoordeling

In het dictum van het vonnis van 10 februari 2026 staat tweemaal het bedrag Afl. 40.000 vermeld. Zoals mrs. Thielman en Carolina terecht opmerken en mr. Kock onderschrijft, is het bedrag Afl. 400.000 bedoeld. Dit is een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het Hof zal het verzoek daarom toewijzen.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verbetert het dictum van het vonnis van 10 februari 2026 zodat het aldus komt te luiden:
laat de man toe te bewijzen dat in de periode 12 mei 2003-9 april 2014 meer dan Afl. 400.000,- ten laste van zijn vermogen is uitgegeven ten behoeve van werkzaamheden aan de woning die verricht zijn na 25 mei 2004;
laat de vrouw toe tot tegenbewijs, hetgeen ook ertoe kan strekken dat het Hof uiteindelijk een lager bedrag dan Afl. 400.000,- voldoende aannemelijk zal achten;
bepaalt dat partijen, indien zij daartoe getuigen willen doen horen, deze kunnen voorbrengen op een nader te bepalen dag en uur voor mr. Lewin, waarbij de getuigen in een zittingszaal in Aruba zullen worden gehoord terwijl de rechter en de griffier op afstand vanuit Curaçao de verhoren afnemen via een videoverbinding;
bepaalt dat eerst de door de man voor te brengen getuigen zullen worden gehoord en daarna de door de vrouw voor te brengen getuigen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
stelt de verbetering op de minuut van dat vonnis.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, T.A.M. Tijhuis en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 3 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.