3.3 [Appellant] heeft in reconventie, na eiswijziging in hoger beroep, gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad:
A. ten aanzien van de bedrijfswoning:
1. Soltuna te bevelen om binnen een door het Hof te stellen termijn, op eerste verzoek van [Appellant] of de handelende notaris, haar medewerking te verlenen aan het passeren van de nodige aktes om uitvoering te geven aan het erfpachtsbesluit van 2006, dan wel het aanvragen en uitvoeren van een nieuw erfpachtsbesluit van gelijke strekking, met de bepaling dat indien Soltuna niet binnen die gestelde termijn meewerkt, vervangende toestemming wordt verleend voor het passeren van de betreffende aktes en/of het aanvragen van een nieuw erfpachtsbesluit met gelijke strekking, waarbij geldt dat het in deze te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de toestemming of medewerking die vereist is van Soltuna voor het passeren van de aktes en/of aanvragen van een nieuwe erfpachtsbeschikking en nadere uitvoering te geven aan het betreffende erfpachtsbesluit;
2. Soltuna te veroordelen tot betaling aan [Appellant] van Cg 97.839,- als voorschot op vergoeding van door [Appellant] geleden schade ten gevolge van ten onrechte door hem betaalde huur, zulks binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;
3. Soltuna te veroordelen tot betaling aan [Appellant] van Cg 154.686,- als voorschot op vergoeding van door [Appellant] geleden schade ten gevolge van de ontruiming, zulks binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;
4. Soltuna te veroordelen om [Appellant] met zijn gezin weer toe te laten tot de woning binnen uiterlijk 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 25.000,- per dag(deel) dat Soltuna nalatig zal zijn om aan dit gebod te voldoen, met een maximum van Cg 1.000.000,- althans, subsidiair, indien en voor zover het Hof Soltuna niet zal veroordelen tot het toelaten van [Appellant] tot de woning, Soltuna te veroordelen tot betaling aan [Appellant] van een voorschot op schadevergoeding van Cg 440.000,- zulks binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening.
B. ten aanzien van het productieverlies:
1. Soltuna te veroordelen tot het betalen van een voorschot op schadevergoeding ten bedrage van Cg 643.717,62, zulks binnen 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;
2. Soltuna te bevelen om binnen een door uw Hof te stellen termijn aan [Appellant] ongestoord toegang te verschaffen tot voldoende irrigatiewater al dan niet middels het slaan van een eigen put, dan wel middels het verstrekken van water van de bestaan de putten en de gronden van [Appellant] waar er kleigrond aanwezig is, zodanig te verbeteren, dat het bruikbaar wordt voor landbouw, alles op straffe van het verbeuren van een dwangsom van Cg 25.000,- per dag of dagdeel dat Soltuna niet, niet correct of niet volledig voldoet aan het gegeven bevel, tot een maximum van Cg 1.000.000,-;
C. kostenveroordeling:
Soltuna te veroordelen in de kosten van onderhavige procedure in beide instanties, met de bepaling dat indien Soltuna niet binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis de kostenveroordeling zal hebben voldaan, daarover wettelijke rente verschuldigd zal zijn tot aan de dag der algehele voldoening.