ECLI:NL:OGHACMB:2026:6
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- E.A. Saleh
- J.A. van Voorthuizen
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring meerderheidsaandeelhouder na conservatoir beslag minderheidsaandeelhouder
In deze zaak heeft de meerderheidsaandeelhouder Vanddis B.V. het verzoek ingediend om de vennootschap Lovers Industrial Corporation B.V. failliet te verklaren, nadat de minderheidsaandeelhouder LIUSA conservatoir beslag had laten leggen op de onderneming. Het beslag betrof een vordering van meer dan drie miljoen dollar gerelateerd aan merkrechten en royalty’s, waarover ook in de Verenigde Staten wordt geprocedeerd.
Het Gerecht in eerste aanleg wees het faillissementsverzoek af wegens misbruik van bevoegdheid. In hoger beroep oordeelt het Hof dat onvoldoende aannemelijk is dat Vanddis de bevoegdheid tot faillissementsverzoek misbruikt. Er is summierlijk vastgesteld dat Lovers niet langer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen, waardoor voldaan is aan de faillissementscriteria.
Vanddis stelde dat het beslag de bedrijfsvoering ernstig belemmert, waardoor onder meer salarissen niet meer betaald kunnen worden en leveranciers niet meer worden bediend. Ook is er sprake van opeisbaarheid van bankschulden en beslag op roerende zaken. Pogingen tot minnelijke regeling met LIUSA en het verkrijgen van bankgaranties zijn mislukt.
Het Hof volgt de argumentatie van Vanddis en Lovers en wijst het misbruikverweer af. Het faillissement wordt uitgesproken en mr. B.M. Nagelmakers wordt benoemd tot curator. Er wordt geen rechter-commissaris benoemd conform wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het faillissement van Lovers Industrial Corporation B.V. wordt uitgesproken en een curator benoemd.