Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2026:80

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
SXM202501131
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Lv GGZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtmatigheid heropname en voortzetting machtiging verblijf bij GGZ-instelling

Betrokkene verbleef met een machtiging in de psychiatrische instelling Mental Health Foundation (MHF) en werd onder voorwaarden ontslagen. Na signalen van verslechtering van haar psychische toestand en incidenten, waaronder bedreiging van haar moeder, werd betrokkene heropgenomen. Het Hof heeft tijdens de zitting op 28 april 2026 de rechtmatigheid van deze heropname getoetst.

De psychiater en casemanager verklaarden dat betrokkene een chronische schizofrene stoornis heeft met gevaar voor haar omgeving, met name haar 83-jarige moeder. De heropname was noodzakelijk vanwege gedragsontregeling en veiligheidsrisico’s. Betrokkene is inmiddels redelijk stabiel, maar deelname aan dagelijkse activiteiten ontbreekt nog. Terugkeer naar de woning met haar moeder is niet mogelijk, en alternatieve huisvesting bij haar broer is niet realistisch.

Het Hof oordeelt dat dezelfde maatstaven voor opname gelden bij heropname en dat de heropname rechtmatig was. Er is geen minder ingrijpende of vrijwillige zorgoptie beschikbaar. De machtiging tot verblijf wordt verlengd tot 19 september 2026, met de voorwaarde dat betrokkene medicatie blijft gebruiken en contact houdt met het ambulante team. De beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitkomst: De heropname van betrokkene is rechtmatig verklaard en de machtiging tot verblijf bij MHF wordt verlengd tot september 2026 onder voorwaarden.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Registratienummer: EJ273/2025/SXM202501131
Beschikking van 29 april 2026
op het verzoek van
de Procureur-Generaal bij het Parket Procureur-Generaal van Sint Maarten,
gevestigd in Sint Maarten,
verzoeker,
betreffende een heropname in het kader van een machtiging tot verblijf op grond van artikel 22 van Pro de Landsverordening tot regeling van het toezicht op krankzinnigen (hierna: de Lv GGZ), van
[naam betrokkene],
geboren op 27 februari 1968 te Sint Maarten,
wonende te Sint Maarten,
verblijvende in de Mental Health Foundation (MHF),
hierna: betrokkene,
gemachtigde: mr. F.J.M. Roozen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 17 oktober 2025 een verzoekschrift ter griffie ingediend tot machtiging tot verblijf van betrokkene. Bij beschikking van 23 oktober 2025 heeft het Hof het verzoek toegewezen. Na ontslag is betrokkene opnieuw opgenomen bij MHF. Het onderhavige verzoek strekt tot toetsing van de rechtmatigheid van de heropname.
Bij het verzoek zijn gevoegd:
- de stukken van de vorige opname;
- de politiemutaties van 15 maart 2026 (assistentie bij depot) en 16 april 2026 (assistentie bij transport naar MHF).
1.2.
Het verzoek is door mr. L.J. Saarloos als rechter-commissaris behandeld op de zitting van 28 april 2026 bij MHF. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- dr. [naam], psychiater;
- dhr. [naam], casemanager;
- de betrokkene en haar advocaat mr. F.J.M. Roozen.
1.3.
De uitspraak van de beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek en de beoordeling daarvan

2.1.
Bij beschikking van 23 oktober 2025 heeft het Hof een machtiging verleend om
betrokkene in de psychiatrische instelling Mental Health Foundation te doen verblijven voor de duur van 1 (één) jaar, ingaande 19 september 2025, of zoveel korter als haar toestand mocht eisen.
2.2.
In deze beschikking heeft het Hof voorts bepaald dat wanneer aan betrokkene ontslag wordt verleend, daarbij (in elk geval) de voorwaarden worden gesteld dat zij de medicamenteuze behandeling voortzet en dat zij in contact blijft met het (ambulante) team van MHF.
2.3.
Betrokkene is onder voorwaarden ontslagen op 25 november 2025 uit MHF.
2.4.
De psychiater heeft ter zitting verklaard dat betrokkene na haar ontslag uit MHF is teruggekeerd naar de woning waar zij samen met haar moeder verblijft. Aanvankelijk werd de thuissituatie als voldoende stabiel beoordeeld. In maart 2026 is, naar aanleiding van signalen van de behandelend psycholoog, vastgesteld dat sprake was van een verslechtering van de psychische toestand van betrokkene.
Tijdens een daaropvolgend huisbezoek door de psychiater presenteerde betrokkene zich prikkelbaar en achterdochtig, waardoor een wederkerig gesprek niet mogelijk was. Naar aanleiding hiervan is de medicamenteuze behandeling geïntensiveerd met het oog op het bewerkstelligen van stabilisatie. Vervolgens zijn via de crisisdienst herhaaldelijk meldingen ontvangen van verdere gedragsontregeling bij betrokkene. De moeder van betrokkene heeft daarbij verklaard dat betrokkene haar met de dood heeft bedreigd. Gelet op het voorgaande, en de daaruit voortvloeiende veiligheidsrisico’s, is besloten tot heropname van betrokkene. Betrokkene zal opnieuw op medicatie en depotmedicatie worden ingesteld.
2.5.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde op de zitting is gebleken dat betrokkene een chronische schizofrene stoornis heeft. Deze heeft in het verleden gezorgd voor psychotische episodes en verschillende opnamen in MHF. Het handelen van betrokkene als gevolg van de stoornis, levert met name gevaar op voor haar omgeving en dan in het bijzonder haar 83-jarige moeder. Bij een eerder incident heeft zij haar 83-jarige moeder aangevallen, die is als gevolg daarvan gewond is geraakt aan het hoofd en in het ziekenhuis behandeld moest worden. De advocaat heeft opgemerkt dat hij daarvan geen documentatie in het dossier heeft aangetroffen, maar naar het oordeel van het Hof is de verklaring van de psychiater hierover afdoende om van dit feit uit te gaan.
2.5.
Om het gevaar af te wenden en de (geestelijke) gezondheid en autonomie van betrokkene te herstellen, heeft zij op dit moment opnieuw gedwongen intramurale zorg nodig. Het Hof is het eens met het standpunt van de advocaat dat voor de toets of heropname op zijn plaats is, dezelfde maatstaven moeten worden aangelegd als voor een opname. Ook met deze toetsingsmaatstaf is het Hof echter van oordeel dat de heropname in de omstandigheden van het geval gerechtvaardigd was.
2.6.
Betrokkene verblijft inmiddels bijna twee weken bij MHF en is op dit moment redelijk stabiel. Ze lijkt volgens de casemanager meer op haar gemak dan bij haar familie thuis, omdat daar wantrouwen heerst en er niet zeer empathisch op betrokkene wordt gereageerd. Betrokkene wenst echter nog niet aan dagelijkse activiteiten deel te nemen, ondanks dat ze daar aan toe is.
Een terugkeer naar de woning waarin moeder nu nog woont, wordt opnieuw door de familie afgewezen. Moeder heeft ook verklaard niet meer thuis te willen verblijven, als betrokkene er ook woont. De advocaat van betrokkene heeft gesuggereerd dat betrokkene mogelijk bij haar broer, op hetzelfde erf, zou kunnen wonen. Behalve de vraag of betrokkene daar zelf voor open zou staan (“I live in the house of my father”) heeft de casemanager deze mogelijkheid als absoluut niet reëel verworpen.
2.7.
Onder deze omstandigheden is het Hof allereerst van oordeel dat de heropname onder de lopende machtiging rechtmatig was. Voor de duidelijkheid zal het Hof hierna in de beslissing de voortzetting van de machtiging tot verblijf vermelden.
2.8.
Daarnaast is een minder ingrijpende maatregel op dit moment nog niet beschikbaar of naar verwachting niet effectief en zorg op vrijwillige basis is nu niet aan de orde. Machtiging van het Hof is daarom noodzakelijk om het verblijf van betrokkene bij MHF te laten voortduren. Geprobeerd zal worden om andere huisvesting voor de moeder van betrokkene te realiseren, waarna de mogelijkheid van terugkeer van betrokkene naar de woning kan worden onderzocht.

3.De beslissing

Het Hof:
3.1.
verklaart de heropname van betrokkene op 16 april 2026 rechtmatig;
3.2.
bepaalt dat de op 23 oktober 2025 door het Hof verleende machtiging om betrokkene te doen verblijven in de psychiatrische instelling Mental Health Foundation voortduurt tot 19 september 2026, of zoveel korter als haar toestand mocht eisen;
3.3.
bepaalt dat wanneer aan betrokkene opnieuw ontslag wordt verleend, daarbij (in elk geval) de voorwaarden worden gesteld dat zij de medicamenteuze behandeling voortzet en dat zij in contact blijft met het (ambulante) team van MHF;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L.J. Saarloos, J.R. Veerman en
B. Martinez-Hammer, leden van voormeld Hof, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 door mr. L.J. Saarloos, in aanwezigheid van de griffier.
Summary of the Judgment
This summary is intended only as a service from the Court to inform the parties and is not intended to replace the judgment. No rights can be derived from it. In case of differences between the judgment and this summary, the judgment in Dutch is always decisive. The Court shall not be liable for any damage arising from any use of this summary.
The considerations of the Court in this case:
The person concerned has been readmitted to MHF and is currently in a reasonably stable condition, functioning better than in the home environment, where tensions and lack of empathy were reported. Despite being capable, she is not yet participating in daily activities. A return to the family home is not feasible, as both the family and the mother oppose this arrangement. An alternative housing option with her brother has been considered but deemed unrealistic.
The Court finds that the readmission under the existing authorization was lawful. Given that no less restrictive or voluntary alternatives are currently viable, continued compulsory stay at MHF is considered necessary. Efforts will be made to explore alternative housing for the mother, after which a possible return of the person concerned can be reassessed.
The Judgment
The Court:
3.1.
declares the re-admission of the individual concerned on April 16, 2026, to be lawful;
3.2.
orders that the authorization granted by the Court on October 23, 2025, for the person concerned to remain at the Mental Health Foundation psychiatric institution shall continue until September 19, 2026, or for a shorter period as her condition may require;
3.3.
orders that, should the person concerned be discharged again, this shall (in any event) be subject to the conditions that she continues her medication and remains in contact with the (outpatient) team at MHF;
3.4.
declares this order enforceable immediately.