Deze zaak betreft een geschil tussen projectontwikkelaar Simpson Bay Estates N.V. (SBE) en Stockton Holding Limited over twee aan elkaar grenzende kavels in Sint Maarten. Stockton kocht deze kavels in de jaren tachtig en negentig met een bouwplicht en een terugkooprecht in de leveringsakten. Stockton heeft de kavels niet bebouwd. Vanaf 2022 ontwikkelde SBE een nieuw project nabij de kavels, wat leidde tot conflicten over erfdienstbaarheden van weg en het terugkooprecht.
Het Gerecht in eerste aanleg gaf Stockton grotendeels gelijk met betrekking tot de erfdienstbaarheid en wees de vorderingen van SBE tot inroeping van het terugkooprecht af wegens rechtsverwerking. SBE ging in hoger beroep en stelde onder meer dat de rechtsvordering tot opheffing van een onrechtmatige toestand was verjaard en dat het terugkooprecht niet was verwerkt.
Het Hof oordeelde dat het beroep op verjaring faalt omdat de erfdienstbaarheid pas relevant werd bij bouwactiviteiten die nog niet plaatsvonden. Daarnaast stelde het Hof dat het terugkooprecht niet zomaar kan worden ingeroepen zonder Stockton eerst een nieuwe kans te geven om aan de bouwplicht te voldoen, gelet op de redelijkheid en billijkheid. Het Hof bevestigde het vonnis van het Gerecht en veroordeelde SBE in de proceskosten van het hoger beroep.