Kashmir Investments Ltd. is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat haar bouwactiviteiten op een perceel in Beacon Hill staakt vanwege strijd met contractuele gebruiksbeperkende bepalingen. Het Hof verwijst naar het eerdere vonnis van het Gerecht in eerste aanleg en behandelt de grieven gezamenlijk.
Het Hof oordeelt dat Kashmir handelt in strijd met de kettingbeding-achtige gebruiksbeperkende bepalingen die alle rechthebbenden in Beacon Hill binden. Deze bepalingen bevatten een derdenbeding, waardoor andere rechthebbenden, waaronder de geïntimeerden, nakoming kunnen vorderen. De belangen van de rechthebbenden bij het leefklimaat in de wijk zijn groot, en het vertrouwen op naleving gerechtvaardigd.
Er is geen aanleiding om de overeenkomst te wijzigen of te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden. Ook het feit dat Kashmir een bouwvergunning van de overheid heeft, verhindert niet dat de geïntimeerden hun rechten kunnen uitoefenen. Indien de bepalingen niet als derdenbeding gelden, is er toch sprake van onrechtmatig handelen door Kashmir. Het Hof bevestigt het bestreden vonnis en veroordeelt Kashmir in de kosten van het hoger beroep.