ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3945
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Geen werknemerschap voor cessantia-uitkering wegens overheersende familieverhoudingen in vennootschap
Appellant vorderde een eenmalige cessantia-uitkering op grond van de Cessantia-Landsverordening na het faillissement van Jozef Construction N.V. (JC), waarvan hij bestuurder was. Hij stelde dat hij als werknemer in ondergeschiktheid werkzaam was en dus aanspraak kon maken op de uitkering.
Het Hof oordeelde dat het werknemerschap ontbreekt omdat de zeggenschap binnen JC statutair werd beheerst door familieverhoudingen, waarbij twee derde van de aandelen in handen was van familieleden die niet werkzaam waren in de onderneming. Hierdoor ontbrak een gezagsverhouding tussen appellant en de vennootschap, een vereiste voor het aannemen van werknemerschap.
De SVB had het verzoek van appellant terecht afgewezen en het Gerecht had het beroep ongegrond verklaard, al was dat op andere gronden. Het Hof bevestigde de uitspraak en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de cessantia-uitkering bevestigd.