ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF5199
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- M.R. Wijnholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijdering en inbewaringstelling wegens verlopen verblijfsvergunning en vrees voor ontduiking
Appellante, woonachtig op Curaçao, kreeg een vergunning tot tijdelijk verblijf die op 24 januari 2003 verliep. Na het verstrijken van deze vergunning werd zij in de Nederlandse Antillen aangetroffen, wat grond is voor verwijdering volgens de Landsverordening Toelating en Uitzetting (LTU).
De Gezaghebber besloot tot verwijdering en ontzegging van binnenkomst voor drie jaar, met inbewaringstelling ter verzekering van vertrek. Appellante voerde aan dat de beslissing niet op juiste feiten was gebaseerd en in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat haar inbewaringstelling onterecht was.
Het Hof oordeelde dat de Gezaghebber in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, mede omdat appellante bij haar verzoek om verlenging onwaarheden had vermeld over haar samenwoning met haar echtgenoot, wat een gegronde vrees voor ontduiking van verwijdering rechtvaardigt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de verwijdering en inbewaringstelling van appellante wegens verlopen verblijfsvergunning en gegronde vrees voor ontduiking.