ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF5224
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- C.H. Govaerts
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling graad van blijvende arbeidsongeschiktheid na bedrijfsongeval
Appellant raakte op 21 april 1999 betrokken bij een bedrijfsongeval waarna hij uitviel voor zijn werk als stellingbouwer vanwege rugklachten. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 13% op basis van een medisch advies van haar adviseur K. ten Holt, die geen objectiveerbare afwijkingen vond maar rekening hield met pijnklachten.
Appellant stelde dat de arbeidsongeschiktheid op 25% moest worden vastgesteld, zoals gerapporteerd door orthopedisch chirurg dr. Booi, die de rugklachten toeschreef aan een discopathie veroorzaakt door het ongeval. Echter bleek uit het dossier dat appellant ook vóór het ongeval al rugklachten had, wat het uitgangspunt van dr. Booi onjuist maakte.
Het Hof oordeelde dat het onderzoek van de medisch adviseur van de SVB zorgvuldig was en dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet onderschat was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 13% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.