ECLI:NL:OGHNAA:2005:BF7450
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- A.W.M. Bijloos
- M.R. Wijnholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verblijfsvergunning bij gegratieerde partner geen schending EVRM artikel 8
Appellant sub 1 verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner, appellante sub 2, die een vergunning in de gratieperiode had ontvangen. De aanvraag werd geweigerd op grond van het beleid dat gegratieerde vreemdelingen, vanwege het tijdelijke karakter van hun toelating en het algemeen belang, geen aanspraak kunnen maken op gezinshereniging.
Het Gerecht verklaarde het beroep van appellante sub 2 niet-ontvankelijk omdat zij niet rechtstreeks belanghebbende was bij de weigering van de vergunning aan appellant sub 1. Het beroep van appellant sub 1 werd ongegrond verklaard. Appellant sub 1 stelde dat de weigering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, omdat hem hierdoor het recht op familie- en gezinsleven werd ontnomen.
Het Hof oordeelde dat aan appellant sub 1 geen verblijfstitel was ontnomen die hem het recht op familie- en gezinsleven in het land zou garanderen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een positieve verplichting tot verlening van een vergunning zouden rechtvaardigen. Ook bestonden er geen objectieve belemmeringen voor het gezinsleven in het land van herkomst van appellant sub 1.
Het Hof bevestigde daarom het vonnis van het Gerecht en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van de verblijfsvergunning en oordeelt dat dit niet in strijd is met artikel 8 EVRM.