ECLI:NL:OGHNAA:2005:BF7470
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning tijdelijk verblijf bij partner wegens onvoldoende middelen
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, waarin hun beroep tegen de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf werd afgewezen. De Gezaghebber had de aanvraag van appellante sub 1 op 17 februari 2004 geweigerd wegens onvoldoende middelen van bestaan en het belang van de openbare orde en het algemeen belang.
Het Hof overweegt dat appellant sub 2, als echtgenoot, niet als belanghebbende kan worden aangemerkt bij de weigering van de vergunning aan appellante sub 1. Het beleid vereist dat degene die toelating aanvraagt duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt, vastgesteld op een normbedrag van Naf 3000,- bruto per maand. Het Hof oordeelt dat de door appellanten overgelegde verklaring van inkomsten niet voldoende is onderbouwd met officiële documenten.
Verder wijst het Hof het beroep af dat het beleid niet mag worden toegepast vanwege een vermeende afwijking in een ander geval. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat de aanvraag een eerste toelating betreft en er geen bijzondere omstandigheden zijn die een positieve verplichting tot verlening opleggen. Het Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht en veroordeelt appellanten niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning tot tijdelijk verblijf bevestigd.