ECLI:NL:OGHNAA:2005:BF7472
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning tijdelijk verblijf voor gezinshereniging gegratieerde vreemdelingen
Appellanten, vertegenwoordigers van minderjarige kinderen, verzochten om een vergunning tot tijdelijk verblijf voor gezinshereniging bij hun moeder, die een vergunning had ontvangen in de zogenoemde gratieperiode. De Gezaghebber weigerde deze vergunningen op grond van het beleid dat gegratieerde vreemdelingen vanwege het tijdelijke karakter van hun verblijf en het algemeen belang geen gezinshereniging kunnen aanvragen.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof. Appellanten stelden dat het beleid niet consistent werd toegepast, verwijzend naar een vergelijkbaar geval waarin wel gezinshereniging was toegestaan.
Het Hof overwoog dat zelfs indien sprake zou zijn van vergelijkbare gevallen, dit niet betekent dat de Gezaghebber verplicht is af te wijken van het beleid. Ook erkende het Hof dat administratieve fouten mogelijk zijn, maar dat dit geen grond is om het beleid te negeren. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van het Gerecht en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 mei 2005.
Uitkomst: Het Gemeenschappelijk Hof bevestigt de weigering van de vergunning tot tijdelijk verblijf voor gezinshereniging van appellanten.