ECLI:NL:OGHNAA:2005:BF9968
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- M.R. Wijnholt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij verblijfsvergunning
Appellante had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning om als inwonend dienstbode bij een familie te werken. De Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao wees deze aanvraag bij beschikking af. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellante stelde hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Tijdens de zitting gaf de advocaat van appellante aan dat elk contact met appellante, die inmiddels was teruggekeerd naar Colombia, verloren was gegaan. Tevens bestond geen contact meer tussen appellante en de familie waar zij zou gaan werken.
Het Hof overwoog dat uit deze omstandigheden en het ontbreken van andere relevante feiten niet kon worden afgeleid dat appellante nog enig belang had bij het hoger beroep. Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.