ECLI:NL:OGHNAA:2005:BG0971
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- C.H. Govaerts
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na verlening verblijfsvergunning en proceskostenvergoeding
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van het Gerecht waarin zijn beroep tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag om een vergunning tot tijdelijk verblijf ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure in hoger beroep werd aan verzoeker alsnog de verblijfsvergunning verleend, waardoor hij het hoger beroep introk.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelde dat het bestuursorgaan hiermee geheel aan verzoeker tegemoet was gekomen, zoals bedoeld in artikel 50, tiende lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Op verzoek van verzoeker werd de Minister van Justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoeker had gemaakt voor rechtsbijstand door een derde en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak benadrukt het recht van de verzoeker op kostenvergoeding bij intrekking van hoger beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan en bevestigt de toepassing van de relevante artikelen van de Lar. De procedure werd zonder zitting afgedaan met toestemming van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken na verlening van de verblijfsvergunning en de Minister van Justitie is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.