ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG1610

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
27 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
135 HLAR 09/06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 28 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding medische uitzending

Appellant verzocht om medische uitzending naar Curaçao, welke door het uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering werd afgewezen bij beschikking van 12 november 2004. Appellant maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat op 5 augustus 2005 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, dat dit beroep op 22 maart 2006 niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift.

Appellant stelde dat hij de beschikking pas op 8 augustus 2005 ontving en wegens ziekte niet eerder dan 19 september 2005 in staat was het beroepschrift in te dienen. Het Hof oordeelde dat de termijn van zes weken voor het indienen van het beroepschrift was verstreken op 16 september 2005 en dat appellant het beroepschrift op 19 september 2005 te laat had ingediend. De door appellant aangevoerde omstandigheden boden geen rechtvaardiging voor de overschrijding.

Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van het Gerecht en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 27 november 2006 in het openbaar gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens termijnoverschrijding bevestigd.

Uitspraak

135 HLAR 09/06
Datum uitspraak: 27 november 2006
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 22 maart 2006 in het geding tussen:
appellant
en
het uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 12 november 2004 heeft het uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering (hierna: het uitvoeringsorgaan) een verzoek van appellant om medische uitzending naar Curaçao afgewezen.
Bij beschikking van 5 augustus 2005 heeft het uitvoeringsorgaan het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 22 maart 2006 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door appellant ingestelde beroep niet ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 11 april 2006, bij het Gerecht ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Bij brief van 12 juni 2006, bij het Hof ingekomen op dezelfde dag, heeft het uitvoeringsorgaan van antwoord gediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 september 2006, waar appellant in persoon en bijgestaan door mr. H.F. Falconi, advocaat, en het uitvoeringsorgaan, vertegenwoordigd door mr. E.H.J. Martis, advocaat, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Appellant betoogt dat het Gerecht zijn beroep ten onrechte wegens termijnoverschrijding niet ontvankelijk heeft verklaard. Hij stelt daartoe dat hij de beschikking van 5 augustus 2005 niet eerder dan op 8 augustus 2005 heeft ontvangen en wegens ziekte niet eerder dan op 19 september 2005 in staat was een beroepschrift in te dienen.
2.1.1. Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat deze in op de dag na die, waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend.
Ingevolge artikel 28, eerste lid, wordt een beroepschrift niet ontvankelijk verklaard, indien het is ingediend voordat de termijn is ingegaan of nadat de termijn is verstreken.
Ingevolge het derde lid blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.
2.1.2. De beslissing op het door appellant gemaakte bezwaar is gedateerd op 5 augustus 2005. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is aangevangen op 6 augustus 2005 en geëindigd op 16 september 2005. Aangezien appellant zijn beroepschrift op 19 september 2005 heeft ingediend, is het beroep niet tijdig ingesteld.
Hetgeen appellant heeft aangevoerd, biedt voorts geen grond voor het oordeel dat hij het beroepschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden. De aldus gestelde omstandigheden hadden appellant niet behoeven te beletten om tijdig, zo nodig onder voorbehoud van latere aanvulling van de gronden, beroep te doen instellen door zijn raadsman, aan wie de beschikking op bezwaar is toegezonden. Het Gerecht heeft het door appellant ingestelde beroep derhalve terecht niet ontvankelijk verklaard.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van N.M. Martinez, griffier.
w.g. Ter Berg
Voorzitter w.g. Martinez
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2006