ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG2062
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tijdelijke verblijfsvergunning wegens ontbreken klemmende humanitaire redenen
Appellant sub 1 verzocht om een vergunning tot tijdelijk verblijf, welke door de Gezaghebber van het Eilandgebied Bonaire werd geweigerd. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellant sub 1 ongegrond en dat van appellant sub 2 niet-ontvankelijk. Appellanten stelden hoger beroep in bij het Hof.
Het Hof oordeelde dat alleen de aanvragende vreemdeling rechtstreeks belanghebbende is bij de weigering van een verblijfsvergunning, waardoor appellant sub 2 als vader niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. Verder werd overwogen dat geen klemmende redenen van humanitaire aard waren gebleken die een afwijking van de weigeringsgronden in de LTU rechtvaardigen.
De persoonlijke omstandigheden, waaronder de zorg door een zuster in het land van herkomst en het langdurig gescheiden wonen van de zoon van zijn ouders, rechtvaardigden geen vergunning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van de tijdelijke verblijfsvergunning wegens het ontbreken van klemmende humanitaire redenen.