ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG2084
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning betaaltelevisie-inrichting ondanks eerdere toezegging
Appellante, Cable Works N.V., verzocht bij brief van 20 augustus 2002 om een vergunning voor het aanleggen en exploiteren van een betaaltelevisie-inrichting. De Minister van Algemene Zaken weigerde deze vergunning bij beschikking van 20 augustus 2003 en verklaarde het bezwaar ongegrond op 9 september 2005. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante ongegrond op 10 mei 2006.
Appellante stelde dat een brief van 11 juni 2001 van de Minister van Verkeer, Communicatie, Utiliteiten en Sport waarin werd meegedeeld dat de vergunning zou worden verleend, een besluit was dat het vertrouwensbeginsel rechtvaardigde. Het Hof overwoog dat deze mededeling was gedaan door een bestuursorgaan dat niet bevoegd was de vergunning te verlenen, waardoor de bevoegde beschikkinggever hieraan niet gebonden is.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van het Gerecht en wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af. Tevens werd overwogen dat in een kleinschalige samenleving de regels omtrent bevoegdheid en formele besluitvorming strikt moeten worden nageleefd. Een proceskostenveroordeling was niet mogelijk op grond van de Landsverordening administratieve rechtspraak.
De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 27 november 2006 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de weigering van de vergunning en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.