ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG3710
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing bedrijfsmatig kredietverstrekken uit eigen middelen
Appellante, Estrella America N.V., verzocht de Centrale Bank van Aruba om ontheffing van het verbod op het bedrijfsmatig verstrekken van kredieten uit eigen middelen. De Bank weigerde dit verzoek op grond van onvoldoende zekerheid over de herkomst van de eigen middelen, mede vanwege de betrokkenheid van de vader van de directeur van appellante, die verdacht wordt van witwaspraktijken en drugshandel.
Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de Bank ten onrechte meerdere belangen heeft betrokken bij haar beslissing en dat de herkomst van de middelen wel boven alle twijfel verheven was. Tevens stelde zij dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
Het Hof oordeelde dat de Bank in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot weigering van de ontheffing, omdat de belangen die de Landsverordening toezicht kredietwezen beoogt te beschermen, waaronder financiële soliditeit en integriteit, onvoldoende gewaarborgd zouden zijn. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat appellante geen vergelijkbare gevallen aantoonde waarin ontheffing was verleend.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing bevestigd.