ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG3744
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning tot verblijf wegens ontbreken klemmende humanitaire redenen
De zaak betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek tot verlening van een vergunning tot verblijf aan een vreemdeling. De minister van Justitie had het verzoek geweigerd op grond van het geldende beleid dat sinds juni 2002 geen automatische toelating voor gezinshereniging of gezinsvorming meer toestaat, mede vanwege openbare orde en economische belangen.
De vreemdeling voerde aan dat zijn situatie een inmenging in zijn gezinsleven oplevert, aangezien zijn vader al meer dan zes jaar legaal in Aruba verblijft, zijn moeder vier jaar legaal in Aruba woont en gehuwd is met een Nederlander, en hij volledig geïntegreerd is in de Arubaanse samenleving. Hij stelde dat terugkeer naar Colombia niet mogelijk is en verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het Hof oordeelde dat de vreemdeling geen verblijfstitel wordt ontnomen die hem tot familie- of gezinsleven in Aruba in staat stelde, zodat geen sprake is van een inmenging in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Tevens achtte het Hof de omstandigheden niet zodanig bijzonder of klemmend dat de minister een positieve verplichting had om de vergunning te verlenen. De situatie dat de moeder de vreemdeling in 2003 bij zijn grootmoeder achterliet en dat terugkeer naar die situatie mogelijk is, speelde hierbij een rol.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het Gemeenschappelijk Hof bevestigt de weigering van de vergunning tot verblijf wegens ontbreken van klemmende humanitaire redenen.