ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG3760
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen economische luchtvaartvergunningen Insel Air
Bij Landsbesluit en ministeriële beschikking in april 2006 zijn economische vergunningen verleend aan Insel Air voor geregeld en ongeregeld luchtvervoer met Curaçao als begin-, eind- of tussengebied naar diverse bestemmingen. Appellante stelde beroep in tegen deze vergunningen, maar het Gerecht verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens het te laat instellen ervan en verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen een mededeling over een specifieke vluchtroute.
In hoger beroep betoogde appellante dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de vergunningen niet waren gepubliceerd en niet tijdig aan haar waren verzonden. Het Hof oordeelde dat noch de Luchtvaartlandsverordening noch het Landsbesluit vereisen dat vergunningen pas in werking treden na publicatie. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de vergunningen niet aan Insel Air waren verzonden. Het Hof stelde vast dat appellante op 8 september 2006 op de hoogte was van de vergunningen en dat het beroep op 2 oktober 2006 te laat was ingesteld.
Verder oordeelde het Hof dat de mededeling van de gemachtigde van de Gouverneur en minister over de vluchtroute Curaçao-Sint Maarten geen beschikking in de zin van de wet was en dat het Gerecht zich terecht onbevoegd had verklaard om daarvan kennis te nemen. Het hoger beroep van de Gouverneur en minister werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
Het Hof bevestigde de uitspraak van het Gerecht en wees het hoger beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Gouverneur en minister is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd is.