ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG3806
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens vervallen belang na verlening verblijfsvergunning
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beschikking op haar aanvraag tot verlenging van haar verblijfsvergunning. De minister verklaarde het bezwaar gegrond en beloofde spoedig een besluit te nemen. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Het Hof oordeelde dat de brief van 28 augustus 2006 geen inhoudelijke beslissing bevatte en dat het Gerecht ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard op basis van te late indiening. Echter, omdat de minister op 8 augustus 2006 alsnog de gevraagde vergunning had verleend, was het belang van appellante in het beroep komen te vervallen.
Daarom bevestigde het Hof de uitspraak van het Gerecht, zij het met verbetering van de gronden. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens vervallen belang na vergunningverlening.