ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG9156
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- B.M. Mezas
- J. de Boer
- G.E.M. Polkamp
- Rechtspraak.nl
Vergunning tussentijds hoger beroep in kort geding toegestaan
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba behandelde een verzoek van Refineria Isla Curaçao S.A. om vergunning te verkrijgen voor tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis gewezen in kort geding door het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen.
Het Hof overwoog dat artikel 263a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zich niet verzet tegen tussentijds appel van een tussenvonnis in kort geding, ondanks de aard van kort geding dat doorgaans geen tussenvonnissen met eindbeslissingen kent. In dit geval was er geen zwaarwegend bezwaar tegen het verzoek om vergunning binnen twee weken na het tussenvonnis.
De tegenwerping van Stichting Humanitaire Zorg dat het verzoek niet correct was ingediend werd verworpen. Het Hof stelde dat, mocht Isla zonder vergunning ontvankelijk zijn, vergunning niet nodig is, maar uit voorzorg werd de vergunning toch verleend om een snelle en doelmatige procesgang te waarborgen.
Tot slot bepaalde het Hof dat de termijn voor het indienen van de memorie van antwoord ingaat op de datum van de beschikking, 8 mei 2007.
Uitkomst: Het Hof verleent vergunning voor tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis in kort geding.