ECLI:NL:OGHNAA:2007:BJ7611
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Kort geding
- B.M. Mezas
- G.C.C. Lewin
- L.J. de Kerpel-van de Poel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over onrechtmatige luchtverontreiniging door Isla raffinaderij en deskundigenonderzoek
In deze zaak is Isla in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van 2 maart 2007 waarin werd geoordeeld dat Isla onrechtmatig handelt door het veroorzaken van (gezondheids)schade aan bewoners benedenwinds van de raffinaderij door overschrijding van luchtkwaliteitsnormen.
Het Hof verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer van Isla en bevestigt dat de civiele rechter bevoegd is om deze vordering te behandelen. Uit diverse rapporten blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarde voor zwaveldioxide van 80 µg/m3 stelselmatig wordt overschreden, met ernstige gezondheidsgevolgen zoals vroegtijdige sterfte.
Hoewel Isla stelt dat de normen niet afdwingbaar zijn en dat zij slechts voor maximaal 59% bijdraagt aan de immissie, acht het Hof haar aandeel substantieel en onrechtmatig. De uitstoot van fijn stof wordt niet volledig gemeten, maar flaring draagt vermoedelijk ook significant bij.
Het belang van de bewoners bij onmiddellijke stakingsmaatregelen wordt afgewogen tegen de maatschappelijke belangen bij voortzetting van de raffinaderij. Het Hof verwijst de zaak terug naar de eerste aanleg met de opdracht deskundigen te vragen naar technische mogelijkheden, kosten en tijd voor emissiereductie, met bijzondere aandacht voor het terugdringen van flaring.
Het vonnis wordt bevestigd, met een aangepaste formulering van de aan de deskundigen te stellen vragen, en Isla wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat Isla onrechtmatig handelt door overschrijding van luchtkwaliteitsnormen en verwijst de zaak terug voor deskundigenonderzoek naar emissiereductie.