ECLI:NL:OGHNAA:2008:BD8931
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- B.M. Mezas
- J. de Boer
- F.J.P. Lock
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse nationaliteit minderjarig kind na erkenning en DNA-bewijs
Verzoekers hebben het Hof verzocht vast te stellen dat hun minderjarige kind sinds de geboorte, erkenning of een door het Hof te bepalen datum de Nederlandse nationaliteit bezit. De vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit, heeft het kind twee dagen na de geboorte erkend. DNA-onderzoek toonde met 99,9989% waarschijnlijkheid aan dat hij de biologische vader is.
Het Hof verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bepaald dat een postnatale erkenning met gerechtelijk bewijs van vaderschap gelijkgesteld wordt aan een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap voor nationaliteitsdoeleinden. Hoewel het Hof recentelijk strengere eisen stelt aan het DNA-onderzoek via het Forensisch Laboratorium van de Universiteit Leiden, achtte het in deze zaak het bewijs van het Arubaanse laboratorium voldoende.
Het Hof concludeerde dat het kind Nederlander wordt met ingang van de datum genoemd in artikel 4 lid 1 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De gevraagde terugwerkende kracht werd afgewezen. De uitspraak geldt als Nederlandse uitspraak en cassatieberoep is mogelijk. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het Hof stelt vast dat het kind Nederlander wordt met ingang van de datum genoemd in artikel 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.