ECLI:NL:OGHNAA:2008:BD9051

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
29 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AR 1449/06 - H 29/08
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 270 lid 5 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallen van hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

In deze zaak zijn appellanten in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen. Het hoger beroep werd ingesteld door middel van een akte die tijdig werd ingediend en betekend.

Tijdens de procedure werd vastgesteld dat het griffierecht niet was betaald. De appellanten kregen de mogelijkheid zich uit te laten over deze niet-betaling, maar maakten hier geen gebruik van. Volgens artikel 270 lid 5 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering leidt dit tot verval van het hoger beroep.

Het Hof heeft daarom het hoger beroep als vervallen verklaard en de zaak gesloten zonder inhoudelijke behandeling van het geschil. De uitspraak werd gedaan tijdens een openbare terechtzitting op Curaçao op 29 april 2008.

Uitkomst: Het hoger beroep is vervallen wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Burgerlijke zaken 2008
Registratienummer: AR 1449/06 - H 29/08
Uitspraak: 29 april 2008
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Vonnis in de zaak van:
1. [appellant 1],
2. [appellant 2],
beiden wonende op Curaçao,
oorspronkelijk eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
thans appellanten,
gemachtigde: mr. E.J. Maduro,
- tegen -
[Geïntimeerde],
wonende op Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. J.I. Hardeveld.
Partijen worden hierna "[appellanten]" en "[geïntimeerde]" genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Op 16 april 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (verder: GEA), tussen partijen vonnis gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar dat vonnis.
1.2 [appellanten] zijn in hoger beroep gekomen van dat vonnis door op 22 mei 2007 een akte van hoger beroep in te dienen. Op 17 september 2007 is die akte aan [Geïntimeerde] betekend.
1.3 Bij bericht van 21 januari 2008 is aan de gemachtigden van partijen bericht dat de zaak stond geappointeerd op de rol van 12 februari 2008 voor uitlating pleidooi. Ter rolle van 12 februari 2008 is de zaak verwezen naar de rol van 18 maart 2008 voor uitlating omtrent de betaling van griffiegelden. Ter rolle van 18 maart 2008 is vonnis gevraagd. De uitspraak daarvan is bepaald op heden.
2. De beoordeling
Het griffierecht is niet betaald. [appellanten] hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden gelegenheid zich daarover uit te laten. Ingevolge art. 270 lid 5 Rv Pro is het hoger beroep daarom vervallen.
BESLISSING:
Het Hof verstaat dat het hoger beroep is vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.E.M. Polkamp, G.C.C. Lewin en L.J. de Kerpel-van de Poel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 29 april 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.