ECLI:NL:OGHNAA:2008:BD9562
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- L.C. Hoefdraad
- G.E.M. Polkamp
- L.J. de Kerpel-van de Poel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlanderschap minderjarig kind na postnatale erkenning met DNA-bewijs
In deze zaak hebben de vader en moeder van een minderjarig kind, geboren in Aruba uit een niet-Nederlandse moeder, verzocht om vaststelling van het Nederlanderschap van het kind. De vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit, heeft het kind postnataal erkend. DNA-onderzoek heeft met grote zekerheid het vaderschap van de Nederlandse vader aangetoond.
Het Hof heeft aansluiting gezocht bij artikel 4 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap, waarbij postnatale erkenning met gerechtelijk bewijs van vaderschap wordt gelijkgesteld aan een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie en waarborgt dat het kind Nederlander wordt met ingang van de in die wet genoemde datum.
Het Hof heeft overwogen dat het DNA-onderzoek, uitgevoerd door de Voogdijraad van Aruba in samenwerking met een gerenommeerd Nederlands laboratorium, voldoende betrouwbaar is, ondanks dat latere zaken strengere eisen stellen aan forensisch bewijs. Er is geen aanleiding om aan het vaderschap te twijfelen. Het Hof heeft het verzoek toegewezen en het kind Nederlander verklaard vanaf de wettelijke ingangsdatum.
De uitspraak geldt als een Nederlandse uitspraak in de zin van de Rijkswet, en cassatieberoep is mogelijk volgens de Cassatieregeling Nederlandse Antillen en Aruba. Het Hof draagt zorg voor kennisgeving aan de waarnemend Procureur-Generaal en de Minister van Justitie van Aruba.
Uitkomst: Het Hof stelt vast dat het kind Nederlander wordt met ingang van de in artikel 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap bedoelde datum.