ECLI:NL:OGHNAA:2008:BF0848
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OvJ in tweede vervolging wegens eerdere nietige dagvaarding
Verdachte werd gedagvaard voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling met wapen en verboden vuurwapenbezit. De eerste dagvaarding werd nietig verklaard omdat deze werd betekend voordat de voorlopige hechtenis rechtsgeldig was en het gerechtelijk vooronderzoek nog niet gesloten was. Tegen deze nietigverklaring werd hoger beroep ingesteld.
Het openbaar ministerie bracht een tweede dagvaarding uit voordat onherroepelijk was beslist over de eerste dagvaarding. De raadsman van verdachte voerde aan dat dit in strijd was met het verbod op een tweede dagvaarding voordat de eerste onherroepelijk is beslist en dat verdachte buiten vervolging moest worden gesteld.
Het Hof overwoog dat hoewel het Nederlandse recht een uitzondering kent voor voortvarende berechting van gedetineerden, de Antilliaanse wetgeving een leemte bevat die dit niet regelt. Omdat tegen de nietigverklaring van de eerste dagvaarding nog een rechtsmiddel loopt, is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de tweede vervolging. Dit leidt tot herstelbare niet-ontvankelijkheid, zodat verdachte niet buiten vervolging wordt gesteld en de voorlopige hechtenis niet wordt opgeheven.
Het Hof wees het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging op basis van de tweede dagvaarding.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de tweede vervolging en het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.