ECLI:NL:OGHNAA:2008:BF1207
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- B.M. Mezas
- G.C.C. Lewin
- F.J.P. Lock
- Rechtspraak.nl
Retentierecht op onroerende zaak bij bouw en hypotheekrecht
In deze civiele procedure tussen Punto di Oro Development Corporation N.V. en Fatum/De Nederlanden van 1845 Schadeverzekering N.V. staat het retentierecht centraal dat Punto wil uitoefenen op een woning gebouwd op kavel 35 te Ponton. Punto vordert dat het retentierecht wordt erkend voor een bedrag van Afl. 151.583,25 plus wettelijke rente vanaf 13 juli 2000.
Het Hof neemt de feiten van de eerste aanleg over en oordeelt dat er voldoende samenhang bestaat tussen de vorderingen van Punto en de verbintenis tot afgifte van de woning. De betalingsregeling tussen Punto en de debiteur, hoewel in de vorm van een leningsovereenkomst gegoten, betreft feitelijk een uitgestelde betaling van de koop-/aanneemsom. Hierdoor is het retentierecht gerechtvaardigd, ook tegenover Fatum als hypotheekhouder, omdat de vorderingen zijn ontstaan vóór de vestiging van het hypotheekrecht of voortvloeien uit een overeenkomst waarbij de debiteur bevoegd was.
Verder wordt geoordeeld dat het retentierecht zich ook uitstrekt tot de wettelijke rente over een deel van de vorderingen, voor zover deze was aangezegd. Fatum wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het Hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de verklaring van recht betreft en verklaart dat Punto het retentierecht mag uitoefenen tot het genoemde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente over een deel daarvan.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het retentierecht van Punto tot Afl. 151.583,25 plus wettelijke rente over een deel van het bedrag.