ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG0843
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontvankelijkheid bezwaar bij vergunning tijdelijk verblijf vreemdeling
De minister van Vreemdelingenzaken wees op 28 maart 2007 de aanvraag van de werkgeefster om voor een vreemdeling een vergunning tot tijdelijk verblijf te verkrijgen af. De werkgeefster maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van de werkgeefster en de vreemdeling tegen deze beslissing niet-ontvankelijk.
In hoger beroep stelde het Hof ambtshalve vast dat alleen de vreemdeling rechtstreeks belanghebbende is bij de beschikking tot verlening of weigering van een verblijfsvergunning, niet de werkgever. De werkgeefster had uit eigen hoofde bezwaar gemaakt en was daarom niet ontvankelijk. Omdat de vreemdeling geen bezwaar had gemaakt, was zijn beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het Hof verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en dat van de werkgeefster gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak dat het beroep van de werkgeefster niet-ontvankelijk verklaarde, en vernietigde de beschikking van 23 oktober 2007. Het Hof bepaalde dat de minister het bezwaar van de werkgeefster niet-ontvankelijk had moeten verklaren en bepaalde tevens dat de minister de proceskosten van de werkgeefster moest vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgeefster wordt gegrond verklaard wegens onontvankelijkheid van haar bezwaar, terwijl het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond wordt verklaard.