ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG0864
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning minderjarige dochter wegens ontbreken bijzondere humanitaire omstandigheden
Appellante heeft namens haar minderjarige dochter, een Colombiaanse vreemdeling, een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning om bij haar te mogen verblijven op Aruba. De minister heeft deze aanvraag afgewezen op grond van het sinds juni 2002 gevoerde beleid dat vreemdelingen in beginsel niet worden toegelaten voor gezinshereniging of gezinsvorming, tenzij bijzondere humanitaire omstandigheden dit vereisen.
Appellante voerde aan dat het schoolbezoek van de minderjarige dochter op Aruba een bijzondere omstandigheid vormt en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat in een vergelijkbaar geval wel een vergunning was verleend. Het Hof oordeelde dat het schoolbezoek geen bijzondere omstandigheid is en dat het vergelijkbare geval niet vergelijkbaar is omdat het ging om een toelating bij echtgenoot en niet bij moeder. Ook is gesteld dat er geen objectieve belemmeringen zijn voor terugkeer naar het land van herkomst.
Het Hof bevestigde het oordeel van het Gerecht in eerste aanleg dat geen humanitaire gronden zijn die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.