Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG2235

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
9 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
225 HLAR 53/07
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak bestuursrechtelijk hoger beroep inzake bouwvergunning Curaçao

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, waarin hun beroep tegen een bouwvergunning voor een hotel te Curaçao ongegrond werd verklaard.

Zij klaagden dat het Gerecht ten onrechte een beroepsgrond niet heeft betrokken omdat deze voor het eerst ter zitting werd aangevoerd. Het Hof oordeelt dat het Gerecht terecht deze beroepsgrond buiten beschouwing heeft gelaten vanwege strijd met de goede procesorde, waarbij het Gerecht enige beoordelingsruimte toekomt.

Het Hof wijst het betoog van appellanten af dat artikel 47 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak dit zou verbieden. Verder zijn de overige beroepsgronden door het Gerecht beoordeeld en appellanten hebben geen gegronde kritiek daarop geleverd.

Het Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het Hof bevestigt de uitspraak van het Gerecht en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

225 HLAR 53/07
Datum uitspraak: 9 juni 2008
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellanten], allen wonend op [woonplaats],
en de naamloze vennootschap "Terra Tropical Development and Real Estate Company N.V.", daar gevestigd,
appellanten,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 10 december 2007 in het geding tussen:
appellanten
en
het bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 27 oktober 2005 heeft het bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao (hierna: het bestuurscollege) aan de naamloze vennootschap "Atlanta Beach Hotel N.V." (hierna: vergunninghoudster) bouwvergunning verleend voor het oprichten van een hotel aan de dr. M.L. King boulevard (afdeling 5, sectie 5S, nr. 939 en 944) te Curaçao.
Bij beschikking van 4 april 2007 heeft het bestuurscollege het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 10 december 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij het Hof ingekomen op 16 januari 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 13 februari 2008.
Bij brieven van 26 februari en van 19 maart 2008 heeft vergunninghoudster schriftelijke uiteenzettingen ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 april 2008, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. R.R. Engels en mr. J. de Baar, beiden advocaat, en het bestuurscollege, vertegenwoordigd door
mr. Z. Metry, ambtenaar in dienst van het Eilandgebied, zijn verschenen. Voorts is daar vergunninghoudster, vertegenwoordigd door haar directeur drs. ing. P. Berkenveld, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Appellanten klagen dat het Gerecht het betoog dat het op te richten gebouw in strijd met het Eilandelijk Ontwikkelingsplan Curaçao is, ten onrechte niet bij de beoordeling van de beschikking van 4 april 2007 heeft betrokken, omdat de desbetreffende beroepsgrond in strijd met een goede procesorde voor het eerst ter zitting van het Gerecht is aangevoerd. Volgens hen staat artikel 47, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) er aan in de weg dat een beroepsgrond die ter terechtzitting wordt aangevoerd, ter bescherming van de goede procesorde buiten beschouwing wordt gelaten, als het Gerecht heeft gedaan.
2.1.1. De klacht faalt. Het Gerecht heeft de desbetreffende beroepsgrond terecht wegens strijd met de goede procesorde niet in zijn beoordeling betrokken, omdat die voor het eerst ter zitting naar voren is gebracht en gesteld noch gebleken is dat appellanten dat niet eerder hebben kunnen doen.
Het betoog van appellanten dat het Gerecht daarmee heeft miskend dat te allen tijde en derhalve ook voor het eerst ter zitting beroepsgronden mogen worden ingediend, vindt geen steun in de Lar. De mogelijkheid na afloop van de daarvoor gestelde termijn aanvullende beroepsgronden in te dienen, vindt haar begrenzing, zo al niet in de desbetreffende bepalingen van de Lar, dan toch in de goede procesorde. Bij de beoordeling of de goede procesorde aan het betrekken van in een zeer laat stadium ingediende beroepsgronden in de weg staat, komt het Gerecht enige beoordelingsruimte toe.
2.2. Voor zover appellanten voorts in algemene zin naar de door hen in beroep aangevoerde beroepsgronden verwijzen, is dat evenzeer tevergeefs. Het Gerecht heeft deze behandeld en beoordeeld. Appellanten hebben niet betoogd dat en waarom de desbetreffende overwegingen van het Gerecht niet juist zijn.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb mr. P. van Dijk, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.
Voorzitter
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2008
Verzonden: